“Begin bij de grootst mogelijke kleine stap”
Een beweegvriendelijke leefomgeving vraagt niet om meer goede bedoelingen. In een drieluik belichten we hoe anders kijken, meten en besluiten kan bijdragen.
Goede plannen voor een gezonde en beweegvriendelijke leefomgeving lopen vaak vast in regels, routines en patronen. Volgens Jonne Kuyt van Lab of Thought begint verandering daarom bij het vermogen om te erkennen dat je het antwoord niet weet. Hij pleit voor tijdelijke experimenten om mensen én beleidsmakers uit hun vaste perspectief te halen.
Een automobilist wil in een smalle straat parkeren, maar ziet op een vrije plek buurtkinderen ‘stoepranden’. Hij besluit verderop een andere plek te zoeken.
Voor Jonne Kuyt gebeurt daar iets belangrijks. “De automobilist keek eerst door zijn mobiliteitslens: het liefst parkeert hij de auto voor de deur. Maar zodra hij de spelende kinderen zag, dacht hij: dit is leuk, gun hun die ruimte. Hij werd uitgenodigd een andere lens te gebruiken. Dan komen ook andere waarden en belangen in beeld.”
De oplossing past zich aan de bestaande situatie aan, terwijl juist die situatie ter discussie zou moeten staan.
Dat we tegenwoordig zelfs plastic stoepranden gebruiken voor het Nederlands Kampioenschap Stoepranden, omdat de echte stoepranden door auto’s worden bezet of te gevaarlijk zijn geworden, vindt hij veelzeggend. “De oplossing past zich aan de bestaande situatie aan, terwijl juist die situatie ter discussie zou moeten staan.”
“Wij weten het ook niet”
Kuyt is medeoprichter en ‘Chief Possibility Director’ van Lab of Thought. Die organisatie richt zich sinds 2020 met diverse methodes en werkvormen uit transitiedenken op het veranderen van denkpatronen en systemen. Kuyt: “De bekende oplossingen zorgen ervoor dat verkeersveiligheid wordt vertaald in drempels en verkeerslichten, bereikbaarheid in doorstroming en een tekort aan openbare ruimte in een discussie over het aantal parkeerplaatsen.” Om de toekomst anders vorm te geven, zijn volgens Kuyt vooral moed en nieuwsgierigheid nodig.
“Praten over veranderen vindt bijna iedereen leuk. Veranderen zelf is veel moeilijker. Het brengt onzekerheid en ambiguïteit met zich mee, terwijl organisaties juist zijn ingericht op controle, vaste processen en een bepaalde output. Wanneer de druk toeneemt, vallen mensen daardoor terug op de factoren waar ze op worden afgerekend. Wie verantwoordelijk is voor parkeren, ziet een parkeerprobleem. De ambitie kan integraal zijn, maar de uitvoering blijft sectoraal.”
Lab of Thought werd onder meer door de gemeente Haarlem uitgenodigd om mee te denken over haar mobiliteitsuitdaging. “Maar we hebben contractueel vastgelegd: de gemeente móést publiekelijk erkennen dat zij de oplossing niet wist. En wij wilden niet afgerekend worden op vastgelegde producten en resultaten.”
“Wij weten het antwoord ook niet. We helpen om samen anders naar de werkelijkheid te kijken, maar wij zijn niet de oplossing. Dat was voor de organisatie heel moeilijk, maar ook heel moedig.” Na ruim twee jaar samenwerken ziet Kuyt resultaten in het coalitieakkoord in Haarlem. “Daarin staat dat de straat van iedereen is en vanuit tien dimensies wordt bekeken. Dat is echt een doorbraak waar we trots op zijn en waar bewoners de vruchten van gaan plukken.”
“De stad is geen winkel”
Op de vraag welke gereedschappen gemeenten kunnen gebruiken, volgt een waarschuwing. “Het wordt al snel transactioneel en eendimensionaal. Een bewoner vraagt om groen of een bankje, een andere bewoner verdedigt zijn parkeerplaats en vervolgens wordt geprobeerd een compromis te vinden. Daarmee staat de uitkomst van het gesprek eigenlijk al vast: ruimte voor de ene functie betekent verlies voor de andere.”
“We zijn heel goed geworden in het verdedigen van ons eigen belang. Burgers komen soms al met volledig uitgewerkte ontwerpen, visualisaties en kostencalculaties naar de gemeente: dit willen wij. Maar de stad is geen winkel waarin iedereen zijn eigen oplossing kan bestellen.”
Lab of Thought gebruikt methodes om die verschillende perspectieven zichtbaar te maken, zoals een ‘parlement van de straat’. Daarin krijgen niet alleen bewoners en professionals een stem, maar ook andere aanwezige belangen: een spelend kind, een boom, een bankje of iemand die zich met een rollator door de straat moet bewegen. Het doel is niet dat één perspectief wint, maar dat deelnemers ontdekken vanuit welke beperkte lens zij zelf naar de straat keken.
‘Waarom doen we dit niet elke dag?’
Kuyt ziet de kracht van tijdelijke experimenten om nieuwe mogelijkheden tijdelijk ervaarbaar te maken. Kuyt noemt dat zoeken naar het spanningsveld tussen ‘radicaal’ en ‘haalbaar’.
“Een autovrije straat kan te groot en te bedreigend voelen. Maar de straat één ochtend afsluiten is misschien wel mogelijk. Een hele straat vol bankjes zetten is niet haalbaar, maar beginnen met één stoel wel. De centrale vraag is steeds: wat is de grootste kleine stap die morgen gezet kan worden?”
Een experiment is niet alleen een gezellige pilot, maar levert ook input op voor het vervolg. Bij een tijdelijke bank in de straat moet niet alleen worden geregistreerd of deze in de weg stond, maar ook of mensen erop gingen zitten, elkaar ontmoetten en langer buiten verbleven. Weerstand kan ook waardevolle informatie opleveren: “Als de bank binnen een dag in de fik is gestoken, is dat ook input.” Een eerste proef levert inzichten op, waarna een groter, kleiner of ander experiment volgt. Experimenten vormen samen zo geen losse acties, maar een leerpad.
In Haarlem werd een schoolstraat enkele donderdagochtenden tijdelijk voor auto’s afgesloten. Buurtbewoners werden vooraf geïnformeerd en gevraagd hun auto op tijd elders neer te zetten. “De eerste ochtend was onwennig en moesten we zelf het goede voorbeeld geven dat je ook op straat mag lopen en voetballen. Een week later stond de straat vol. Mensen kwamen in hun badjas naar buiten, er was muziek en koffie.”
De eerste ochtend was onwennig en moesten we zelf het goede voorbeeld geven dat je ook op straat mag lopen en voetballen. Een week later stond de straat vol. Mensen kwamen in hun badjas naar buiten, er was muziek en koffie.
Een experiment verlaagt volgens Kuyt de dreiging, omdat het tijdelijk is. “Maar de mensen zagen de straat weer leven en vroegen: waarom doen we dit eigenlijk niet iedere dag?” Het experiment veranderde niet alleen de fysieke ruimte, maar ook wat mensen zich bij die ruimte konden voorstellen.
Hill of Hysteria
Weerstand moet volgens Kuyt niet worden gezien als bewijs dat een verandering mislukt. Hij noemt de ‘Hill of Hysteria’, de patronen waarlangs onrust rond stedelijke veranderingen zich ontwikkelt. Die weerstand blijkt in verschillende steden over de hele wereld vaak een vergelijkbaar en voorspelbaar verloop te hebben. Wie weet dat die reactie komt, kan zich erop voorbereiden zonder zorgen van bewoners weg te zetten.
“Het is geen methode om burgers het zwijgen op te leggen. Maar als je al weet welke vragen en weerstand er gaan komen, kun je vooraf nadenken: hoe gaan we luisteren, reageren en leren zonder direct in paniek terug te vallen?”
Dat vraagt om vroegtijdige communicatie, een open gesprek en duidelijkheid over wat vaststaat en wat nog onderzocht kan worden. Kuyt benadrukt dat een andere verdeling van de straat geen keuze hoeft te zijn tussen auto’s of kinderen, parkeren of groen. “Ik ben niet tegen auto’s, ik ben tegen autodominantie. Er moet meer kunnen in een straat dan alleen parkeren.”
Moed en nieuwsgierigheid
Daarvoor bestaan geen maatregelen die overal op dezelfde manier werken. Het belangrijkste gereedschap is volgens Kuyt dan ook geen verkeerskundig model of participatieformat. “Het is een houding van moed om toe te geven dat de oplossing nog niet vaststaat, en nieuwsgierigheid om andere perspectieven werkelijk toe te laten. En de bereidheid om iets uit te proberen waarvan de uitkomst niet zeker is.”
“Vaak weet ik ook niet wat het antwoord is. Maar ik weet wel: als we hetzelfde doen, verandert er niets. Dus laten we openstaan om iets nieuws te proberen.”
Vaak weet ik ook niet wat het antwoord is. Maar ik weet wel: als we hetzelfde doen, verandert er niets. Dus laten we openstaan om iets nieuws te proberen.
Lees ook de andere artikelen in deze drieluik:
In deel één "De oude meetlat maakt de verkeerde keuzes logisch" vertelt Vincent Luyendijk waarom de oude meetlat de verkeerde keuzes logisch maakt, en wat er nodig is om de geplande en de geleefde stad dichter bij elkaar te brengen.
In deel twee "Draagvlak is geen ja/nee-vraag..." onderzoekt Martijn de Vries hoe je draagvlak voor een beweegvriendelijke leefomgeving écht in beeld brengt, voorbij het referendum en de ja/nee-vraag.
Lees verder “De oude meetlat maakt de verkeerde keuzes logisch”
Lees verder Draagvlak is geen ja/nee-vraag. Hoe onderzoeker Martijn de Vries draagvlak wél in beeld brengt
Denk je mee?
Leefomgeving staat centraal tijdens ons jaarevent. Wat is de grootste kleine stap die jij morgen kunt zetten? En hoe doorbreek je vaste patronen in je eigen organisatie?
Op maandag 9 november komen Beweegalliantie en JOGG samen voor een dag vol strategische inzichten, praktijkvoorbeelden en verrassende ontmoetingen. Voor professionals en bestuurders uit gemeenten, maatschappelijke organisaties, kennisinstellingen en bedrijfsleven.
📅 Maandag 9 november 2026 | 12:30–17:00 uur | Deelname gratis
Voor jou geselecteerd:
Lees verder “De oude meetlat maakt de verkeerde keuzes logisch”
Lees verder Draagvlak is geen ja/nee-vraag. Hoe onderzoeker Martijn de Vries draagvlak wél in beeld brengt