Wethouder Frans Hoogendijk: “We zetten het neer en zeggen: ga je gang”
Vlaardingen sluit zich aan bij het Beweegpeloton van de Beweegalliantie. De stad heeft al goede sportvoorzieningen en deskundige buurtsportcoaches, maar daarmee is het werk niet klaar. Wethouder Frans Hoogendijk heeft een lange wensenlijst voor preventie in de gemeente, en wil in het Beweegpeloton met andere gemeenten bespreken hoe meer inwoners regelmatig kunnen bewegen. Wie helpt inwoners op weg en zorgt dat ze blijven komen?
Voor Hoogendijk is bewegen een vanzelfsprekend onderdeel van zijn leven. Dat belang werd begin dit jaar nog eens extra duidelijk, toen hij op 5 februari een openhartoperatie onderging. Vijf dagen later mocht hij alweer naar huis. “Ik heb mijn hele leven gesport en tot aan de operatie trainde ik minstens twee keer per week, soms drie keer.” Zijn goede conditie heeft naar zijn idee bijgedragen aan zijn herstel.
Tegelijkertijd weet Hoogendijk dat regelmatig bewegen niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Zeker wanneer een concreet doel ontbreekt, kan het lastig zijn om gemotiveerd te blijven. Dat merkte hij zelf bijvoorbeeld tijdens de coronaperiode. “Als je traint voor een wedstrijd, weet je waar je het voor doet. Maar als zo’n doel wegvalt, wordt het een stuk lastiger om jezelf te blijven motiveren.”
Juist daar ziet Hoogendijk een belangrijke rol voor professionals én voor de mensen om iemand heen: helpen om een vorm van bewegen te vinden die past, motiveert en vol te houden is.
Wie helpt mensen op weg?
Een deel heeft Vlaardingen al goed voor elkaar, zo zegt Hoogendijk. Hij is positief over de sportvoorzieningen en over Vlaardingen in Beweging, de organisatie die het gemeentelijke beweegbeleid uitvoert. “De buurtsportcoaches kennen hun vak en zijn actief in de stad.
“Maar bij de beweegtoestellen in de openbare ruimte kunnen we denk ik meer doen. Niet dat we ze niet hebben of neerzetten. Maar omdat we ze neerzetten en dan zeggen: nou, ga je gang.”
Hij wil bekijken hoe begeleiding het gebruik kan stimuleren. “Iemand die niet alleen zegt: je bent goed bezig, maar ook uitlegt waarom. Wat doet die oefening voor je? Waarom moet je regelmatig terugkomen? Juist als je geen wedstrijd hebt om voor te trainen, kan dat helpen.”
Daar ziet hij een mogelijke rol voor Vlaardingen in Beweging. “Zij zijn al erg actief in de gemeente. In de wijk, op schoolpleinen, bij verschillende interventies. Hen ook inzetten voor de toestellen in de openbare ruimte vraagt om een andere rol. Dat kost misschien extra geld, of misschien een hele andere aanpak. Iets waar ik graag over in gesprek ga.”
Van aanleg naar gebruik
Afgelopen jaren werkte de gemeente Vlaardingen aan een gezondheidsnota waarin gezondheid, sport, bewegen en de gezonde keuzes samenkomen. Een voorbeeld hiervan in de openbare ruimte is het tijdelijke fitnesspark in de Westwijk, onderdeel van het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid. Dat was zo succesvol dat het een vaste plek kreeg. Gemeente Vlaardingen wil met behulp van de Beweegalliantie vooral inwoners bereiken die nog weinig bewegen.
Hoogendijk wil meer aandacht voor wat er na de aanleg gebeurt. Hij ziet daarbij ook een rol voor sportverenigingen. “Ik ben er een overtuigd voorstander van om verenigingen bij openbare beweegplekken te betrekken. Het mes snijdt aan twee kanten; als verenigingen meer de straat op gaan, hebben de inwoners er profijt van, maar zij zelf ook. Het is in mijn optiek een goede ledenwerving.”
Op woensdagmiddag de kinderen, op donderdag de senioren
Van verenigingen kun je niet onbeperkt meer verwachten, vindt hij. “Als je wilt dat ze goed blijven functioneren, moet je ze ondersteunen met professionele kennis. Dat geldt trouwens niet alleen voor sportverenigingen.”
Hoe hij het over vijf jaar graag ziet? “Dan staat er op woensdagmiddag van twee tot vier iemand op zo’n openbare plek die kinderen opvangt. Die ze laat huppelen, hoepelen, noem maar op. En op donderdagochtend komen de senioren.”
Naast activiteiten wil hij het beheer van voorzieningen beter regelen. Hij pleit voor een sportbedrijf en wil daarvoor leren van gemeenten die daar al ervaring mee hebben.
“We hoeven dat niet allemaal zelf uit te vinden. Een les die we al meekrijgen, is: stop niet meteen alles in zo’n bedrijf, maar doe het in stappen. Daar kan ik me iets bij voorstellen. Ik wil zorgen dat onze accommodaties goed onderhouden blijven.”
Wat werkt in een andere gemeente?
Bij de uitwisseling binnen het Beweegpeloton gaat het ook om de vraag hoe je inwoners bereikt. “Binnen de gemeente zijn we nieuwsgierig naar welke interventies nu echt werken. We hebben goede buurtsportcoaches, maar zetten we hen op de beste manier in? Of kunnen we met een andere aanpak meer mensen bereiken? Ik wil graag weten hoe andere gemeenten dat doen.”
Vlaardingen kan zelf ervaringen delen met nieuw accommodatie- en tarievenbeleid. Hoogendijk wil duidelijker maken hoeveel de gemeenschap bijdraagt aan voorzieningen.
“Een vereniging zegt al snel: wij betalen toch huur? Maar zij betalen niet wat het werkelijk kost. Ik wil laten zien wat de kostprijs is en welk deel de gemeente betaalt. Dan kun je ook uitleggen hoe een tarief tot stand komt.”
Dat helpt volgens hem bij gesprekken over het gebruik van voorzieningen en de ondersteuning van verenigingen. Tegelijk wil hij van andere gemeenten leren hoe zij zulke afwegingen maken.
Dan moet je er ook geld aan uitgeven
Begeleiding, onderhoud en ondersteuning kosten geld. Hoogendijk vindt dat gemeenten daar consequent in moeten zijn.
“Als je zegt dat preventie belangrijk is en kan helpen om zorgkosten te verminderen, moet je daar niet op bezuinigen. Dan moet je er geld aan uitgeven. Ik geloof dat je daarmee kosten kunt voorkomen die je anders later maakt.”
Zijn wensenlijst is lang. Hij verwacht niet dat hij alles voor elkaar krijgt. Maar meer activiteiten op openbare plekken, goede voorzieningen en hulp voor verenigingen verdienen volgens hem de inzet. “Ik ga er wel aan duwen en trekken.”
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Ochtendetappe 2: "Voor meer bewegen op school moeten gemeenten, kennisinstellingen en schoolbesturen samen de handschoen oppakken"
Lees verder De Arbowet als tegengif voor hapsnap-vitaliteitsbeleid