Rotterdam is de eerste Global Active City van Nederland: een internationale erkenning én een opdracht
In de Maassilo klinkt een daverend applaus wanneer Rotterdam het certificaat Global Active City ontvangt. Daarmee voegt de stad zich bij een internationaal netwerk met steden als Buenos Aires, Hamburg en Lausanne. Rotterdam is de eerste Nederlandse gemeente met het certificaat. Een mijlpaal en een erkenning voor wat er al gebeurt: van de Rotterdam Marathon en sporten op het Benthemplein tot groenblauwe schoolpleinen en zwemmen in de Rijnhaven. En een commitment om verder te bouwen.
Het Global Active City-label gaat naar steden die gezond en dagelijks bewegen stevig hebben ingericht, in beleid én in de praktijk. Van de samenhang tussen actieve scholen, actieve plekken, actieve bedrijven tot actieve mobiliteit. En dat zie je allemaal terug in Rotterdam. Sport en bewegen worden hier steeds nadrukkelijker verbonden met gezondheid, welzijn en de inrichting van de stad. Het Global Active City-label is dan ook niet het resultaat van één afdeling of sector, benadrukt Marieke Klösters namens de gemeente. Rotterdam staat naar eigen zeggen ‘op de schouders van velen’: van mensen die werken aan gezondheid en welzijn tot professionals die de openbare ruimte ontwerpen, fietslessen geven, wandelgroepen organiseren of de stad schoonhouden.
Het certificaat is daarmee een erkenning en een opdracht. Rotterdam wil het gebruiken als strategisch instrument om deuren te openen en de samenwerking tussen sectoren verder te verdiepen. Kansen ziet de stad vanuit vier invalshoeken: een beweegvriendelijke stad, een gezonde en sociale stad, topsport met impact en actieve bedrijven en werkgevers.
Wat betekent dit label voor de stad en haar inwoners?
Voor inwoners moet de waarde uiteindelijk niet zitten in de woorden ‘Global Active City’. Wendeline van Lier, strategisch beleidsadviseur en projectleider Global Active City bij de gemeente Rotterdam, is daar uitgesproken over: “De Rotterdammer hoeft niet te merken dat we een Global Active City-label hebben. Die moet merken dat Rotterdam een fijne stad is om in te verblijven.”
Dat betekent bijvoorbeeld dat wandelen en fietsen aantrekkelijker en vanzelfsprekender worden en dat bij de inrichting van de stad rekening wordt gehouden met wat mensen nodig hebben om actief te kunnen zijn. Meer actieve mobiliteit kan bovendien ruimte opleveren voor andere stedelijke opgaven, zoals groen en waterberging.
Het certificaat geeft de gemeente ook houvast bij nieuwe keuzes. Als nieuw beleid of een bestuurlijk besluit ingaat tegen de principes van een actieve stad, kan Rotterdam zichzelf eraan herinneren: dit is waar we ons als Global Active City aan hebben gecommitteerd. Het certificaat krijgt daarmee vooral achter de schermen betekenis als beleidsinstrument.
En er is nog een voordeel: Rotterdam krijgt toegang tot een internationaal netwerk van steden die met vergelijkbare vraagstukken bezig zijn. Om te leren wat op die plekken werkt. Via webinars, congressen en kennisuitwisseling kunnen steden elkaar helpen bij opgaven waarvoor de oplossing nog niet vanzelfsprekend is.
Bewegen als onderdeel van de stad
Hoe breed je daarvoor naar bewegen moet kijken, laat Mattijs van Ruijven, hoofd stedenbouwkundige bij de gemeente Rotterdam, zien. Het gaat niet alleen over sportvoorzieningen, stelt hij. De vraag is hoe de inrichting van de stad mensen uitnodigt om te bewegen en hoe Rotterdam als geheel gezond, actief en toekomstbestendig kan worden.
Daar komen opgaven samen, die op papier misschien in verschillende beleidskokers zitten: mobiliteit, vergroening, klimaatadaptatie, gezondheid en ontmoeting. Hoe mensen zich door hun wijk bewegen, welke routes ze gebruiken en of de openbare ruimte uitnodigt om te lopen, fietsen, spelen of verblijven, doet ertoe.
Rotterdam kent al voorbeelden van die bredere blik. In Oud-Mathenesse wordt gekeken naar de verbinding tussen gezondheid, bewegen en de fysieke leefomgeving. Programma’s als het Rotterdams Weerwoord en de Groene Agenda laten zien dat investeringen in een aantrekkelijke buitenruimte tegelijk kunnen bijdragen aan klimaatbestendigheid, leefbaarheid en een actieve leefstijl.
Dat vraagt om investeren in alle wijken en vooral om goed te kijken naar hoe mensen de stad ook echt gebruiken. Want een actieve stad ontstaat tussen voordeur, school, werk, winkel, park en sportveld en niet alleen op de tekentafel.
Van een groot evenement naar meer bewegingsvrijheid
Soms hoeft daarvoor niet eens een nieuw programma te worden bedacht. Een bestaand evenement kan ook worden benut om maatschappelijke doelen te bereiken. Het Rotterdams Peloton is daarvan een aansprekend voorbeeld. Rond de Grand Départ van de Tour de France Femmes in 2024 leerden 154 Rotterdamse vrouwen fietsen, van wie de meesten een migratieachtergrond hadden. Na honderd dagen trainen reden zij op hun nieuwe, gedoneerde fietsen, de ‘Grande Finale’ over het tijdritparcours in Rotterdam, begeleid door voormalig Tourwinnares Leontien van Moorsel.
Het resultaat ging verder dan deelnemen. Fietsen gaf de vrouwen meer zelfvertrouwen en meer bewegingsvrijheid in de stad, ook samen met hun kinderen.
Ook Rotterdam Loopt (winnaar eerste BeweegAward) en de Nationale Wandeluitdaging laten zien hoe bewegen verschillende werelden kan verbinden. Erasmus MC, Sportbedrijf Rotterdam en de gemeente werken aan verdere opschaling, waarbij wandelen wordt ingezet voor gezondheid, preventie en sociale verbinding. Zorgprofessionals, welzijn, sport en gemeente komen zo rond één laagdrempelige activiteit samen.
Vijf lessen voor wie beweging wil creëren
Maar hoe krijg je zulke samenwerking structureel van de grond?
Carl Verheijen, Strategisch Adviseur bij de Beweegalliantie, trekt lessen uit de eerste jaren van de alliantie. Zijn boodschap aan Rotterdam is veelzeggend: het certificaat is een mooie erkenning en biedt volop kansen om de beweging die al is ingezet verder te versterken.
De grootste gezondheidswinst is volgens Carl juist te behalen door mensen die weinig bewegen laagdrempelig meer te laten bewegen. Dat kan tegelijkertijd bijdragen aan andere maatschappelijke opgaven, van effectieve preventie en mentale weerbaarheid tot een sterkere sociale basis, vitaal ouder worden en kansrijk opgroeien. Voorbeelden zijn er al volop: van een Dynamische Schooldag en beweegparken tot Vitality Clubs, Sociaal FITaal, runningtherapie, FC Straat en initiatieven die meer ruimte creëren voor meiden.

Uit de ontwikkeling van de Beweegalliantie haalt Carl vijf lessen:
-
Werk aan verandering op meerdere niveaus. Alleen een interventie uitvoeren is niet genoeg als beleid, omgeving of organisatie niet meebewegen.
-
Begin bij de veranderopgave. Niet: wat wil mijn organisatie bereiken? Maar: welk probleem proberen we samen op te lossen en wat is daarvoor nodig?
-
Werk domeinoverstijgend en vanuit de plek. Een wijk vraagt niet om een sportoplossing, zorgoplossing of mobiliteitsoplossing omdat de gemeentelijke organisatie zo is ingericht. Kijk eerst naar wat daar werkelijk nodig is.
-
Gebruik wat er al is. De gereedschapskist is rijk gevuld. Veel aanpakken, interventies en materialen bestaan al. Zoek het passende handelingsperspectief voordat je iets nieuws ontwikkelt.
-
En tot slot: zet ambassadeurs in en vertel de verhalen van verandering. Niet alleen landelijke boegbeelden, maar juist mensen in wijken naar wie anderen luisteren.
Daarbij hoeft samenwerking niet ingewikkelder gemaakt te worden dan nodig. Soms zijn barrières financieel of juridisch. Soms is vooral actie nodig. “Met elkaar de mouwen opstropen en zorgen dat je het gaat doen. Dan kan er eigenlijk heel veel.”
En samenwerking werkt alleen als er energie is: “We zijn een alliantie, we gaan niks top-down neerzetten. Maar waar de energie is, daar gaan we mee aan de gang.”
Luisteren naar de stad
Dan wordt het stil in de Maassilo. Achter de piano klinkt livemuziek terwijl spoken-wordartiest, Beweegalliantie-ambassadeur en Rotterdammer Miquel Pocorni zijn verhaal deelt. Hij neemt de zaal mee in wat basketbal voor hem heeft betekend: hoe het hem fysiek, mentaal en emotioneel in beweging bracht en hoe het basketbalveld in Beverwaard een ontmoetingsplek voor de wijk werd. Bewoners vroegen jarenlang om verbetering van het veld. Voor Pocorni zit daar een belangrijke les in: “Een wijk wilde zich gehoord voelen. En voelde zich niet gehoord. Terwijl die wijk dat wel verdiende.” Zijn verhaal komt binnen. Het laat zien waar het uiteindelijk om draait: wat bewegen echt voor mensen kan betekenen.
Over de Global Active City-erkenning is de Rotterdammer hoopvol. “Ik hoop dat er groei komt op de juiste plekken.” Dat Rotterdam deze stap zet, ervaart hij als een bemoediging: je hoeft het niet alleen te doen.

Van systeemwereld naar straat
Daar komen de verhalen van deze middag samen.
Een actieve stad vraagt om systeemverandering en om aandacht voor het dagelijks leven. Om beleid en om beweegrijke plekken als basketbalvelden. Om stedenbouw en om mensen die weten wat er in hun wijk speelt. Om professionals die over de grenzen van hun eigen domein durven kijken.
En daar ligt ook de rol van de Beweegalliantie: partijen, kennis en praktijk bij elkaar brengen zodat bewegen kan bijdragen aan bredere maatschappelijke opgaven. Als strategisch partner denkt de alliantie mee over het vervolg in Rotterdam en het verder verbinden van verschillende domeinen rond bewegen. Tijdens twee Whole System in the Room-bijeenkomsten, medio november en medio maart, brengt de Beweegalliantie medewerkers van de gemeente vanuit verschillende domeinen bij elkaar. Niet om opnieuw vanaf nul te beginnen, maar om gezamenlijk te onderzoeken waar verbindingen ontbreken, waar energie zit en welke volgende stappen nodig zijn.
Voor andere gemeenten en partners zit misschien precies daar de belangrijkste les van Rotterdam. Maak bewegen niet alleen de verantwoordelijkheid van sport. Kijk naar de opgave van een wijk of stad, zoek de mensen en organisaties die daaraan kunnen bijdragen en verbind wat er al gebeurt. Luister vervolgens naar inwoners om te ontdekken of beleid buiten het gemeentehuis ook werkelijk verschil maakt.
Het certificaat aan de muur is het begin. De maatstaf voor succes ligt daarbuiten: op straat, in de wijk en in het dagelijks leven van Rotterdammers. Wij kijken uit naar de vervolgstappen van deze Global Active City.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Wethouder Frans Hoogendijk: “We zetten het neer en zeggen: ga je gang”
Lees verder Ochtendetappe 2: "Voor meer bewegen op school moeten gemeenten, kennisinstellingen en schoolbesturen samen de handschoen oppakken"