Ochtendetappe 2: "Voor meer bewegen op school moeten gemeenten, kennisinstellingen en schoolbesturen samen de handschoen oppakken"
Meer bewegen op school. Bijna iedereen vindt het belangrijk. Maar zodra bewegen structureel onderdeel moet worden van de schooldag, loopt het vast. In tijd, geld, verantwoordelijkheden en prioriteiten.
In de tweede Ochtendetappe van het Beweegpeloton ging kopman Gerben van Duin in gesprek over deze onderwerpen met Jeroen Spanbroek, directeur-bestuurder van Stichting Westelijke Tuinsteden (STWT) in Amsterdam Nieuw-West. Want waar zitten de blokkades? Welke ruimte is er lokaal wél? En wie moet(en) er in beweging komen om verder te komen?
Jeroen trapt scherp af. Volgens hem gaat in het onderwijs veel aandacht naar rekenen en taal, mede gevoed door toetsresultaten en ranglijsten. Daardoor krijgen onderwerpen die bijdragen aan de fysieke en mentale gezondheid van kinderen volgens hem moeilijker een structurele plek. Voor Jeroen is bewegen daarom geen extraatje naast het onderwijs. Het hoort bij de vraag hoe kinderen gezond kunnen opgroeien én zich goed kunnen ontwikkelen.
Wat hoort eigenlijk bij de basis?
Gerben vraagt hoe je meer bewegen in de praktijk voor elkaar krijgt. Scholen zeggen vaak dat het curriculum al vol zit. De onderwijsinspectie vraagt veel. Er is weinig tijd. En wie betaalt het?
Jeroen kijkt daar anders naar. Bewegen hoeft volgens hem niet ten koste te gaan van leren. Integendeel. Op 11 van de 16 scholen van STWT wordt gewerkt met de Dynamische Schooldag: een schooldag waarin zitten regelmatig wordt onderbroken en bewegen op verschillende momenten een vaste plek krijgt.
Samen met de Hogeschool van Amsterdam wordt onderzocht wat dat doet met kinderen. Uit dat onderzoek blijkt volgens Jeroen dat wanneer het zitten ongeveer iedere drie kwartier kort wordt onderbroken, de taakgerichtheid gedurende de dag boven de 80 procent blijft. Zonder die beweegmomenten loopt die aan het einde van de dag terug naar ongeveer 30 à 40 procent.
Als je iedere drie kwartier het zitten even onderbreekt en echt zorgt dat er een ritme door die dag zit, dan blijft de taakgerichtheid van kinderen boven de 80 procent.
Dat geeft een ander vertrekpunt voor het gesprek. Niet: waar halen we de tijd vandaan om kinderen ook nog te laten bewegen? Maar: wat hebben kinderen nodig om gedurende de hele dag goed te kunnen leren?
Jeroen noemt daarnaast het speciaal onderwijs. Daar zitten relatief veel kinderen die moeite hebben met lang stilzitten. Juist voor hen kan regelmatig even bewegen helpen om binnen de schooldag mee te blijven doen.
‘Hoe komen we een laag hoger?’
Aan enthousiasme bij vakleerkrachten en beweegprofessionals ontbreekt het vaak niet. Maar hoe kom je vervolgens bij directeuren en schoolbesturen?
Een deelnemer omschrijft het treffend: de energie zit “helemaal onderop” in de organisatie. Maar als je echt verder wilt komen, moet je een laag hoger zijn.
Jeroen herkent dat meteen. “Die enthousiaste gymleraar hoef je niet te overtuigen. Het gaat er echt om dat je bestuur, directie en docenten op één lijn krijgt.”
Binnen STWT is daar jarenlang aan gebouwd. Ook de betrokken lector van de Hogeschool van Amsterdam richt zich daarom niet alleen op individuele scholen, maar juist op besturen. Want als een directeur niet de steun van het bestuur heeft, moet die de ruimte voor bewegen steeds opnieuw bevechten.
‘Wij gaan niet over onderwijs’
Binnen gemeenten kunnen beleidsadviseurs sport en bewegen en onderwijs goed samenwerken, maar ook zij krijgen niet altijd makkelijk toegang tot schoolbesturen. Vaak klinkt dan de welbekende zin: ‘wij gaan niet over onderwijs’.
Volgens Jeroen doet zo’n scheiding geen recht aan het vraagstuk. “Het is een integraal vraagstuk. Niet alleen van het onderwijs. Niet alleen van sport en bewegen en niet alleen van de zorg. We zouden hier met z’n allen aan moeten werken.”
In Amsterdam Nieuw-West is daarom bewust de samenwerking opgebouwd tussen onderwijs, gemeente en kennisinstellingen. Alle drie de partijen investeren. Bestuurders spreken elkaar structureel en houden de gezamenlijke ambitie op de agenda. Dat geeft ook ruimte om dingen anders te organiseren.
Voor gemeenten zit daar volgens Jeroen een belangrijke mogelijkheid. Niet bepalen hoe scholen hun onderwijs moeten geven, maar wel verschillende beleidsterreinen rond dezelfde ambitie verbinden. Onderwijs, jeugd, gezondheid, bewegen, huisvesting en ruimtelijke ordening kunnen bijvoorbeeld samen optrekken. Ook bestaande overleggen, zoals de Lokale Educatieve Agenda, bieden daarvoor ruimte. De vraag wordt dan niet: wie gaat hierover? Maar: wat willen we samen voor kinderen bereiken?
Wat als de kartrekker vertrekt?
Dat roept vanuit het Beweegpeloton meteen een volgende vraag op. Je kunt bestuur, directie en professionals goed op één lijn krijgen, maar wat gebeurt er wanneer iemand vertrekt? Een nieuwe directeur komt binnen. Een bestuurder wisselt van functie. Na verkiezingen staat er een andere wethouder. Dan kan een aanpak zomaar weer terugvallen.
Jeroen herkent die kwetsbaarheid. Hij vertelt dat STWT al zo’n vijftien jaar bouwt aan de beweging die er nu staat. Structureel werken aan bewegen vraagt volgens hem daarom om een lange adem. Een nieuw college betekent opnieuw het gesprek voeren. Een nieuwe bestuurder moet je opnieuw meenemen. En de ambitie moet uiteindelijk niet alleen bij een paar enthousiaste mensen zitten, maar terugkomen in de koers, de organisatie en de manier waarop middelen worden ingezet.
Niet wachten tot alles geregeld is
Na drie kwartier zijn nog lang niet alle vragen beantwoord. In de chat worden onderzoeken en voorbeelden gedeeld, er komen nieuwe vragen binnen en deelnemers bieden aan om met elkaar verder te praten.
Maar de boodschap van Jeroen is helder. “Gemeenten, kennisinstellingen en schoolbesturen moeten hierin samen de handschoen oppakken. Daar hebben we invloed op.”
Niet wachten tot één ministerie, regeling of landelijk programma alle barrières wegneemt. Maar lokaal kijken waar al ruimte zit, wie je nodig hebt en hoe je samen een ambitie kunt bouwen die langer meegaat dan één project of één bestuurder.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Eerste landelijke Sneakerdag laat zien hoe simpel meer bewegen op het werk kan zijn
Lees verder Hoe Fit at Home inwoners met een lage SEP in beweging brengt: 3 lessen uit de pilot