Samen werken aan beweging: een Haagse ontmoeting tussen beleid, programma’s en werkveld
Hoe krijg je inwoners dagelijks in beweging, op een manier die niet alleen gezondheid bevordert maar ook bijdraagt aan kansengelijkheid, sociale veiligheid en een sterke leefomgeving? Den Haag zet dagelijks in op: het stadhuis uit, samen met het werkveld aan tafel gaan. Met als doel beter te begrijpen waar de gemeente toegevoegde waarde kan hebben.
Tijdens de Haagse Beweegontmoeting spraken gemeente, scholen, jongerenwerk, welzijnsorganisaties en buurtsportcoaches over kansen om bewegen voor jongeren te stimuleren, bijvoorbeeld in NPLV-wijk Zuidwest. Daarbij keken ze vooral naar manieren om op bestaande plekken activiteiten te versterken en de impact van lopende projecten te vergroten. De gezamenlijke denkkracht werd benut om vanuit verschillende perspectieven én domeinen op het vraagstuk te reflecteren.
Een logische eerste stap, volgens beleidsmedewerker sportstimulering Vincent Hillen (foto) van de gemeente Den Haag. “Je hebt zo’n vraagstuk niet in één middag opgelost,” zegt hij. “Maar juist door het samen te verkennen, ontdek je waar de verbindingen liggen en welke route kansrijk is. Dit soort bijeenkomsten helpen om stap voor stap dichter bij een oplossing te komen.”
Een eerste stap, geen eindpunt
De Haagse Beweegontmoeting begin oktober, bij het Maris College, was zo’n bijeenkomst. Het draaide om één van de lastigste thema’s: jongeren die minder bewegen dan voorheen. Niet alleen omdat sportdeelname terugloopt, maar ook omdat hun leefwereld verandert.
“Bij jongeren is het beweeggedrag vaak grillig,” vertelt Hillen. “Ze stoppen met sporten als ze naar een andere school gaan of hun vriendengroep verandert. Er is een andere beweegimpuls nodig. De vraag is: waar kunnen we als gemeente iets toevoegen? Waar kunnen we helpen of verbinden, naast of misschien wel ter verbetering van bestaande activiteiten en programma’s.?”
Een concreet resultaat van de sessie was dat jongerenwerkers en de directrice van het Maris College ontdekten dat ze raakvlak hadden om samen iets te doen voor leerlingen die na schooltijd weinig te doen hebben. Zulke momenten, hoe klein ook, zijn precies wat Hillen “de zachte invloed” noemt. “Het gaat er niet om dat de gemeente alles bepaalt,” zegt hij. “Onze rol is om partijen bij elkaar te brengen en initiatief juist niet in de weg te zitten. Beleid kan alleen ondersteunen als het energie in de stad losmaakt.”
Hillen: “Je ziet en hoort andere dingen als je in de wijk bent. Er zaten bij de Haagse Beweegontmoeting mensen van organisaties waarvan ik het bestaan nog niet kende. Alleen al daarom is het goed om dit soort gesprekken gewoon te dóen.”
Kader: Den Haag Zuidwest
Het Maris College heeft leerlingen uit de wijk Den Haag Zuidwest. Dat is een wijk met grote ambities én grote uitdagingen. Het gebied, gebouwd in de wederopbouwperiode, kent veel groen en ruimte, maar ook een hoge mate van sociaaleconomische kwetsbaarheid. Zuidwest is één van de gebieden binnen het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV). Bewoners hebben gemiddeld een lagere levensverwachting en een minder goede gezondheid dan in andere Haagse wijken. Jongeren groeien er op in dichtbebouwde buurten waar speelplekken, sportvoorzieningen en veilige routes niet altijd vanzelfsprekend zijn.
Juist daardoor biedt Zuidwest veel kansen voor een integrale aanpak van bewegen. De Beweegalliantie werkt samen met Den Haag Zuidwest en 12 NPLV-wijken met het versterken van lokaal beleid én uitvoering. Zo wordt dagelijks bewegen toegevoegd op plekken waar mensen al komen, maar ook op nieuwe plekken.
De wijk is compact, heeft een sterke sociale infrastructuur met scholen, welzijnsorganisaties en buurthuizen, en bewoners die elkaar kennen. Hier liggen mogelijkheden om bestaande plekken – schoolpleinen, parken en sportvelden – beter te benutten en verbindingen te leggen tussen onderwijs, zorg, sport en sociaal domein.
De gezamenlijke opgave
De Beweegalliantie hielp Den Haag bij het organiseren van de eerste Beweegontmoeting, onder meer door partijen aan elkaar te koppelen en de sessie te begeleiden. Volgens Johan Annema, programmamanager van de Beweegalliantie, is dat ook precies het idee: “In de volgende stappen kijken we hoe we op een aantal thema’s tot prioriteiten kunnen komen, welke oplossingen er mogelijk zijn en hoe we dat kunnen organiseren. Zelf denk ik bijvoorbeeld dat er mogelijkheden liggen in Expertregeling De Beweegbrigade, die we hebben opgezet met de Provincie Zuid-Holland en Team Sportservice.”
Toch wil Annema de rol van de Beweegalliantie niet té groot maken. “Wij willen gemeenten en lokale stakeholders helpen om dit zelf te kunnen doen,” zegt hij. “De aanpak werkt omdat je niet vertrekt vanuit één beleidsterrein, maar vanuit een gezamenlijke opgave. Bewegen blijkt dan vaak een verbindende sleutel.”
De kracht van het netwerk
Professionals uit allerlei windrichtingen waren uitgenodigd. Dat betekent dat beleidsmakers, scholen, sportorganisaties en welzijnswerk samen in één ruimte aan oplossingen werken. Het doel is niet om beleid te schrijven, maar om te begrijpen wat er al gebeurt, waar energie zit en wat er nodig is om in beweging te komen.
Het resultaat is geen papieren rapport, maar concrete vervolgstappen. In Den Haag betekent dat vervolgafspraken tussen scholen en jongerenwerk, en een gezamenlijke verkenning van waar bewegen een rol kan spelen in kansengelijkheid en mentale gezondheid.
Lessen voor anderen
De Haagse ervaring laat zien dat het netwerk actief betrekken grote kansen biedt. Het begint klein, met een gesprek over één thema of doelgroep. Daarna ontstaat vanzelf de vraag: wie kan hierbij helpen, wat speelt er al, en wat kunnen we verbinden?
Volgens Hillen is dat geen kwestie van groot beleid, maar van doen. “Beleid is uiteindelijk maar één van de puzzelstukjes. Mensen gaan pas bewegen als er plekken, activiteiten en enthousiaste initiatiefnemers zijn. Dat begint vaak met een goed gesprek.”
De Beweegalliantie ziet op meer plekken dat gemeenten deze richting op gaan. Niet wachten tot er landelijk beleid komt, maar lokaal aan de slag vanuit de overtuiging dat elke stap winst is.
Werkzame elementen
- Bepaal de opgave, in dit geval: hoe krijgen we jongeren structureel meer in beweging?
- Breng beleidsmakers, uitvoerders en inwoners in één ruimte, in de wijk.
- Ga uit van wat er al is, en zoek waar verbindingen nog ontbreken.
- Onderzoek waar ‘small wins’ liggen: kleine, diepgaande veranderingen met tastbare resultaten
- Zie beleid als hulpmiddel, niet als doel.
Vervolg
De Haagse Beweegontmoeting smaakt naar meer. “We gaan dit zeker vervolgen,” zegt Hillen. “Ons ‘huiswerk’ is om verder te kijken waar we elkaar kunnen versterken: bestaande initiatieven aanvullen, synergie zoeken, nieuwe activiteiten in kaart brengen, vervolgstappen bepalen en te bespreken wat er mogelijk in de weg zit. Het doel van de volgende bijeenkomst is om een aantal prioriteiten te kiezen en te bespreken op welke plekken we meer beweging kunnen stimuleren. Dan helpt het ook om het netwerk te verbreden: welke partijen ontbreken nog?”
Beweging begint klein, maar nooit alleen.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin