Terugblik Bewegen en het Jonge Kind : “It takes a village to raise a child”
Samenwerken. Lokaal, over domeinen heen en met oog voor wat er in de praktijk écht werkt. Daar draait het om bij een gezonde, kansrijke start voor jonge kinderen.
Die gedachte stond centraal tijdens de tweede editie van de Inspiratiemiddag Bewegen rondom het Jonge Kind op 9 maart in Bar Beton in Utrecht, georganiseerd door de Beweegalliantie en ZonMw. Zo’n 100 professionals uit kinderopvang, gemeenten, JGZ en sport en bewegen kwamen samen om kennis, ervaringen en ideeën te delen. Samen vormden zij voor even dat ‘dorp’.
De belangrijkste inzichten en opbrengsten van deze bijeenkomst lees je in dit verslag.
Van onderzoek naar praktijk
Wat kun jij morgen anders doen? En wie heb je daarvoor nodig? Met die vragen zette dagvoorzitter Wendy Scholtes-Bos (expert Beweegalliantie / Haagse Hogeschool) meteen de toon voor de middag.
Onderzoek en praktijk kwamen hier deze middag samen: onderzoekers deelden hun inzichten en professionals verkenden wat die betekenen voor hun dagelijkse werk met jonge kinderen.
Door de ogen van het kind
Onderzoeker Katja Bel (Haagse Hogeschool) liet vanuit recente inzichten over beweegsimulatie bij jonge kinderen zien hoe anders kinderen naar hun beweegomgeving kijken dan volwassenen. Waar wij een nieuwe speeltuin zien, ervaart een jong kind soms vooral obstakels. En een groot grasveld met een voetbalgoaltje kan onveilig voelen wanneer oudere kinderen er spelen.
Om die belevingswereld beter te begrijpen, werken onderzoekers binnen het project ACT2ACT met de Photovoice-methode. Daarbij fotograferen kinderen van 3 tot 6 jaar hun eigen beweegwereld. Hun foto’s vormen vervolgens het startpunt voor gesprekken met professionals.
Wat we hieruit meenemen: de belevingswereld van een kind verandert continu. Als professionals moeten we daarin meebewegen.
Bewegen als vanzelfsprekend onderdeel van de dag
Nu we beter begrijpen hoe kinderen hun speelomgeving ervaren, rijst ook de vraag: maar hoe vertalen we die inzichten naar de dagelijkse praktijk?
Onderzoeker Marthe Westerbroek (Mulier Instituut) ging daarop in met inzichten uit onderzoek naar beweegstimulering en motorische ontwikkeling bij kinderen van 2-7 jaar op integrale kindcentra.
Haar boodschap was helder: “Bewegen is geen extra taak in de kinderopvang, maar iets dat vanzelfsprekend onderdeel kan zijn van de dag.” Dat vraagt om structurele aandacht: in beleid, in samenwerking tussen professionals én in de ondersteuning van pedagogisch medewerkers.



Samen aan de slag in vijf werksessies
In twee rondes gingen deelnemers in kleinere groepen aan de slag met verschillende thema’s rond bewegen bij jonge kinderen. De invalshoeken verschilden, maar steeds stond dezelfde vraag centraal: hoe maken we bewegen vanzelfsprekend in de praktijk?
1. Beleef de lokale samenwerking
In deze interactieve sessie verkenden deelnemers het ACT2ACT-project in Groningen door in de rol van verschillende stakeholders te stappen. Dat leverde nieuwe inzichten op in belangen en samenwerking. De belangrijkste les: begin een samenwerking met nieuwsgierigheid naar elkaar.
2. Samen werken aan bewegen: van lokaal beleid naar praktijk
Marjolein Barten (Sportservice Schagen), Rien Jansen (SportDrenthe) en Lea van Dongen (Jantje Beton) deelden hun ervaringen. Wat vooral bleef hangen: het lokale landschap verschilt per gemeente, maar er gebeurt al veel waar je op kunt voortbouwen. De sleutel ligt vaak in het vinden van de juiste partners. Soms zijn dat organisaties waar je niet meteen aan denkt, zoals een speeltuinvereniging of bibliotheek.
3. Buitenspelen begint bij de omgeving
Deelnemers onderzochten hoe de hoe omgeving en materiaal het speelgedrag van kinderen beïnvloedt. Wat blijkt? Niet alleen speeltoestellen, maar juist de inrichting, materialen, prikkels én de ruimte die je een kind geeft om zelf te ontdekken, maken een plek aantrekkelijk om te bewegen.
4. Bewegen in de kinderopvang: een kijkje in de keuken
Cirkeltrekkers Conny van der Lans (Junis Kinderopvang) en Björn Lamet (Vlietkinderen) deelden hoe zeven kinderopvangorganisaties samen werken aan meer bewegen in de kinderopvang. Praktijkvoorbeelden van onder andere Alice Tulen (Stichting Kwest) lieten zien hoe kleine aanpassingen in de dagelijkse routine al verschil maken.
5. Beweegtips die werken in de praktijk
In deze sessie stond de schijf van 10 centraal: spelen gericht inzetten om een brede motorische basis te ontwikkelen. De focus lag op praktische ideeën om bewegen een vanzelfsprekend onderdeel van de dag te maken in de kinderopvang. Niet als apart programma, maar verweven in de dagelijkse routines op de groep.
Tips van de dag
Aan het einde van de middag deelde elke sessieleider één concrete tip die deelnemers meteen kunnen toepassen:
- Bewegen zit al in de dagelijkse routine. Laat kinderen zelf klimmen, opruimen en ontdekken.
- Zoek elkaar op. Er gebeurt al veel, maar vaak versnipperd.
- Denk breder over partners. Ook speeltuinverenigingen of bibliotheken kunnen waardevolle bondgenoten zijn.
- Kijk door de ogen van een ander. Wat heeft diegene nodig en waar kun je elkaar vinden?
- Denk klein bij speelplekken. Voor kinderen onder de 6 jaar is een groene, uitdagende omgeving vaak waardevoller dan grote speeltoestellen.
-
Begin met het laaghangende fruit. Er liggen al veel kansen om bewegen te stimuleren.
Samen het ‘dorp’
De middag liet zien hoeveel kennis, ervaring en energie er al is rondom bewegen bij jonge kinderen. Maar ook hoe belangrijk het is om die kennis met elkaar te blijven delen. Want, zoals afsluitend werd gezegd: “Bewegen voor jonge kinderen is niet het domein van één partij. Het ontstaat in de samenwerking tussen beleid en uitvoering, tussen binnen en buiten, tussen organisaties en professionals.”
Wil je meer weten over hoe je meer bewegen toevoegt aan de dag van (jonge) kinderen? Ga voor meer informatie en handvatten naar onze domeinpagina Onderwijs.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Hoe krijgt bewegen een vaste plek in een brede wijkaanpak?