Hoe krijgt bewegen een vaste plek in een brede wijkaanpak?
In Tilburg NoordWest wordt bewegen niet als afzonderlijk project benaderd. Het wordt verbonden aan onderwijs, gebiedsontwikkeling en de kansen van jongeren. Wat vraagt dat in de praktijk en wat kunnen andere NPLV-programmabureaus en gemeenten daarvan leren?
Bewegen kan bijdragen aan gezondheid, ontmoeting, leefbaarheid en meedoen. Toch is de stap van die brede ambitie naar de dagelijkse praktijk niet vanzelfsprekend. Wie neemt het voortouw? Wanneer moet bewegen aan tafel zitten? En hoe voorkom je dat het een tijdelijk project blijft naast alle andere plannen die al lopen?
Drie sporen, één beweegaanpak
In Tilburg NoordWest werkt het programmabureau binnen de beweegaanpak langs drie samenhangende sporen: onderwijs, gebiedsontwikkeling en sociale activering van jongeren. Deze sluiten aan op de Tilburgse GROW+V-ambitie.
Op initiatief van de Beweegalliantie werken lokale kartrekkers, partners en experts samen aan concrete stappen binnen die drie sporen. Als strategisch partner brengt de Beweegalliantie partijen en kennis bij elkaar, bewaakt zij de samenhang en helpt zij om ambities te vertalen naar uitvoering.
Van ambitie naar dagelijkse praktijk op school
Het eerste spoor richt zich op het onderwijs. De vraag daarbij is hoe bewegen niet afhankelijk blijft van losse activiteiten, maar een vaste plek krijgt in de schooldag en in de omgeving van kinderen.
IKC Hubertus dient als concrete praktijkplek om die aanpak uit te werken. De school werkt samen met partners aan een ambitie- en implementatieplan waarin doelen worden vertaald naar acties, verantwoordelijkheden en randvoorwaarden.
Een beweegrijke schooldag vraagt namelijk om meer dan af en toe iets extra’s organiseren. Het gaat ook om de inrichting van de dag, het gebruik van binnen- en buitenruimte en de samenwerking met partijen rondom de school.
De volgende stap is om het plan af te ronden en de eerste onderdelen in de praktijk te brengen. Zo wordt zichtbaar wat ervoor nodig is om bewegen niet als extra activiteit, maar als structureel onderdeel van de schooldag te organiseren.
Een beweegvriendelijk park
Ook in de ruimtelijke ontwikkeling van Tilburg NoordWest krijgt bewegen steeds nadrukkelijker een plek. Niet als toevoeging achteraf, maar als onderdeel van de gesprekken over de inrichting en het gebruik van de wijk.
Dit voorjaar startte vanuit de Beweegalliantie de Community of Practice voor het Westerpark. Via social design vertaalt Tante Kastanje de ervaringen, wensen en ideeën van bewoners naar concrete aanbevelingen voor een beweegvriendelijk park.
Om sporten, spelen en bewegen in en rondom het Westerpark écht te stimuleren, moeten bewoners vanaf het begin een sterke stem krijgen. Door te luisteren naar hun verhalen, te ontdekken hoe zij het park nu gebruiken en samen hun ideeën verder te brengen, aanbevelingen voor een ontwerp dat aansluit bij de buurt. Zo wordt het Westerpark een park ván de buurt. Een plek waar iedereen graag komt, blijft en beweegt.
Jongeren betrekken
Het derde spoor richt zich op sociale activering, participatie en de weg terug naar school of werk.
De eerste stap is niet het ontwikkelen van nieuw aanbod. Eerst wordt in kaart gebracht welke initiatieven, activiteiten en samenwerkingen er al zijn. Daarna wordt samen met jongeren onderzocht waar hun behoeften, ambities en ideeën liggen.
Daarmee worden jongeren niet alleen als doelgroep benaderd, maar ook als mede-eigenaar van de aanpak. Een plan kan op papier goed aansluiten op beleidsdoelen, maar werkt pas echt wanneer het ook past bij de leefwereld van jongeren.
De bedoeling is om bewegen te verbinden met onderwijs, welzijn, werkgevers en maatschappelijke organisaties. Niet als doel op zichzelf, maar als middel om jongeren te ondersteunen bij meedoen, terugkeer naar school of de stap richting werk.
Samenhang organiseren
De uitvoering ligt bij de partijen in Tilburg NoordWest. Zij kennen de wijk, de inwoners en de ontwikkelingen die al lopen. De Beweegalliantie ondersteunt die lokale aanpak door partijen en kennis bij elkaar te brengen, de samenhang tussen de drie sporen te bewaken en te helpen bij de vertaling naar uitvoering.
Juist die verbinding is belangrijk. Onderwijs, leefomgeving en sociale activering worden vaak vanuit verschillende organisaties en opdrachten benaderd, terwijl ze in het dagelijks leven van inwoners samenkomen.
Een beweegvriendelijke plek heeft bijvoorbeeld pas echt betekenis wanneer mensen zich er welkom voelen en er daadwerkelijk gebruik van kunnen maken. En een aanpak voor jongeren wordt sterker wanneer die aansluit op hun leefomgeving, onderwijs en kansen op werk.
Door de drie sporen niet los van elkaar uit te werken, kan bewegen onderdeel worden van de bredere ontwikkeling van de wijk.
Wat kunnen andere NPLV-bureaus hiervan leren?
De aanpak in Tilburg NoordWest is nog volop in ontwikkeling. Toch worden al enkele lessen zichtbaar die ook voor andere gemeenten en NPLV-bureaus relevant zijn.
-
Zorg dat 'bewegen' vroeg aan tafel zit
Bij onderwijs, gebiedsontwikkeling en sociale programma’s worden vroeg in het proces keuzes gemaakt die later moeilijk te veranderen zijn. Wie bewegen structureel wil verankeren, moet daarom niet wachten tot de plannen bijna klaar zijn.
-
Begin bij wat er al is
Nieuwe programma’s zijn niet altijd de eerste oplossing. Door eerst bestaande initiatieven, partners en netwerken in beeld te brengen, wordt duidelijk waar al energie zit en waar verbindingen ontbreken.
-
Werk met lokale kartrekkers
Kennis en voorbeelden van buiten kunnen helpen, maar iemand in de wijk of organisatie moet de aanpak verder kunnen brengen. Zonder lokaal eigenaarschap blijft de voortgang kwetsbaar.
-
Verbind fysieke en sociale opgaven
Een goed ingerichte plek leidt niet vanzelf tot meer bewegen. Het gaat ook om de vraag wie de plek gebruikt, wie zich er welkom voelt en hoe bewoners bij de ontwikkeling worden betrokken.
-
Maak bewegen onderdeel van bestaande processen
Een losse activiteit kan snel starten, maar is ook snel weer verdwenen. Instrumenten zoals een beweegcheck, afspraken in aanbestedingen en een plek in gebiedsplannen helpen om bewegen onderdeel te maken van de reguliere werkwijze.
-
Maak ook zichtbaar waar het nog schuurt
In Tilburg NoordWest groeit de aansluiting bij ruimtelijke ontwikkelingen, maar zijn er ook nog uitdagingen. Zo is het nog niet vanzelfsprekend dat bewegen altijd op het juiste moment wordt betrokken. Ook vraagt de verbinding met onderwijs verdere aandacht en zijn duidelijke kaders, ruimte en mandaat nodig om plannen daadwerkelijk uit te voeren.
Bewegen krijgt pas echt een vaste plek in een wijkaanpak wanneer het niet meer afhankelijk is van één project, één enthousiaste professional of één tijdelijk budget. Dan wordt het onderdeel van hoe er samen wordt gewerkt aan onderwijs, ruimte, kansen, gezondheid en leefbaarheid.
Meer weten?
Wil je meer weten over de beweegaanpak in Tilburg NoordWest of over wat deze werkwijze kan betekenen voor jouw gemeente of NPLV-gebied? Neem dan contact op met Johan Annema.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder De buitenruimte beweegt ons, maar dan moet ze wel uitnodigen