Bijzondere wegen naar meer bewegen: sportspullen voor iedereen
De beweging naar meer mensen meer laten bewegen kent vele vormen. In gesprek met Monique Chaudron van Kledingbank Groene Hart en Erna Truijens van de Sportspullenbank Rotterdam. Twee bevlogen (ex)-ondernemers die zich inzetten om te zorgen dat sportspullen voor iedereen beschikbaar zijn. Over bevlogenheid, de wil om dingen anders te doen en multidisciplinair samenwerken in een verkokerd systeem.
Het gesprek vindt plaats in een loods aan de Maas tussen de kledingrekken, containers met schoenen en bakken vol sportspullen. De voordeur staat open, een groepje jongens komt binnen en spiekt grijnzend tussen de kledingrekken door. ‘Heeft u toevallig een voetbal?’ ‘Oh boys! Kom maar even mee.’ Erna loopt naar achteren om een voetbal en een pomp te pakken. Als ze terugkomt: ‘Dit is waarom ik geen online interviews doe, want dan komt het niet over. Hier is waar het gebeurt.’
Schaal en aanpak
Monique en Erna kennen elkaar via het impactloket van de Beweegalliantie. Hun situaties hebben zowel overlap als verschillen. Erna runt de Sportspullenbank in Rotterdam en is vanuit haar rol actief in 39 wijken, Monique werkt vanuit Kledingbank Groene Hart in Alphen aan den Rijn en voorziet daarmee een groot aantal gemeentes in het Groene Hart. De verschillen zitten zowel in schaal als in aanpak. De Kledingbank in Alphen aan den Rijn heeft, in samenwerking met partner Alphen Vitaal en de gemeente, al een aardige infrastructuur staan om dingen van de grond te krijgen. Zo heeft zij 2200 klanten en geeft ze jaarlijks 100.000 stuks kleding en gevulde sporttassen door. Rotterdam is versnipperd: de situatie is per wijk erg verschillend, de mensen die langskomen zijn divers. Ook in de afnemers zit een verschil: de spullen van Monique komen vaker rechtstreeks bij mensen terecht, terwijl Erna een groot gedeelte van haar donaties distribueert via diverse partijen in de stad, die sport als middel inzetten. Met haar 186 contacten en projecten heeft ook zij een groot netwerk, dat jaarlijks 33.000 artikelen doorgeeft.
Waar een wil is, is een weg
De overeenkomsten? Beide vrouwen zijn niet bang om hun mond open te trekken en blijven vol energie het systeem uitdagen. Monique: ‘Het probleem is dat iedereen van bovenaf verkokerd werkt en niet verder kijkt dan z’n eigen onderwerp. Iemand is bezig met het thema circulariteit en gaat niet over het thema armoede, bijvoorbeeld. Daar moet je aanvragen via deze website, hier moet je eerst alle vinkjes verzamelen voor er wat in gang gezet wordt. Ik denk vaak heel simpel en pragmatisch: dit is er nodig, laten we gewoon even de handen ineenslaan. Maar dat blijkt dan in de praktijk erg lastig.’ Erna: ‘Vijf vinkjes gehaald, van de twaalf. Ik denk dan: als ik er niet doorheen kom, dan werk ik er wel omheen. Ik laat niet los. Ik ben de irritantste vrouw van Rotterdam, dat mag je rustig weten. Maar ja, voor je het weet ben je een jaar verder.’
Van regie naar support
Wat is er nodig om initiatieven als deze een succes te maken? Nog een overeenkomst: zowel Erna als Monique zijn erover uit dat geld en energie op andere plekken terecht moet komen. Van regie naar support, maar: ’Alsjeblieft geen support in de vorm van advies! Het probleem is niet dat ik niet weet wat ik moet doen, maar dat ik een gebrek aan tijd, mankracht en middelen heb. Ik hoef geen advies over hoe ik subsidies moet aanvragen, ik heb iemand nodig die de tijd heeft om de aanvragen voor me te schrijven.’ Ook op de vloer, in de straat weten de mensen prima wat en hoe ze het moeten doen: sla de vele adviseurs over maar geef het geld direct , natuurlijk kan je de projecten monitoren maar niet extreem controleren.
Monique heeft een ander voorbeeld: ’Of er worden – vol goede bedoelingen – filmpjes over ons project gemaakt met het geld van allerlei fondsen. Maar onze klanten hebben geen behoefte aan filmpjes. Ik had dat geld liever ergens anders ingestoken.’ Erna: ’Een groepje buurtvaders met een lokaal project, een school die spullen nodig heeft. Er kan een hoop gedaan worden van dat geld.’
Handen uit de mouwen
Het komt neer op een kloof tussen wat Erna ‘bedenkers en stutters’ noemt. Er worden van bovenaf plannen gemaakt, maar er is weinig oog voor de praktijk. ‘De klemtoon moet worden verschoven. Ik werk met mijn poten in de klei, ik ken mijn doelgroep. De Sportspullenbank is ontstaan omdat ik bestuurslid was bij Hockeyclub Rotterdam. We hadden al verzamelbakken staan in Hillegersberg voor de kinderen in Delfshaven. Maar ik kwam erachter dat ik die spullen wel kon uitdelen, maar dat mensen daar niet van gingen sporten. Waarom? Omdat mensen aan de zijlijn staan, druk bezig zijn met overleven. De Sportspullenbank is daardoor een kapstok geworden, een groter initiatief om mensen te enthousiasmeren om meer te bewegen. Ik controleer nooit iets en iedereen is welkom, ik word ook wel tante Erna genoemd. En als ik hier ’s ochtends aankom, dan staan er mensen die ik de week ervoor geholpen heb op de stoep om me een handje te helpen.’ Monique bevestigd: ’35 procent van onze vrijwilligers is zelf klant van ons. Mensen in de bijstand die werkervaring bij ons opdoen. We werken veel samen met ontwikkelbedrijf Rijnvicus, en nu zijn we genomineerd voor de Sociaal Bokaal.’ Maar om die samenwerking tot stand te krijgen, was het eerst knokken tegen die eerdergenoemde verkokering. ‘Ik was er zo mee bezig dat een vriendin me nog net niet van een accountmanager af moest trekken. Dus toen ik hoorde dat we nu genomineerd zijn voor zo’n prijs, toen sprongen er wel even tranen in mijn ogen.’
Maak mensen groot
Een flink staaltje doorzettingsvermogen en de sterke schouders van ‘moeders’ Erna en Monique, een oog voor oplossingen en kennis over de doelgroep: allemaal ingrediënten die de banken tot een succes maken. Welke tips hebben ze nog meer? Erna: ’Kijk maar om je heen. Dit is geen gênante plek, dit is the place to be. Ik wil mensen groot maken in plaats van klein.’ Monique: ’In Alphen hebben we ook echt een gave winkel. Je hoeft je niet te schamen om daarheen te gaan.’ Erna: ‘Ook belangrijk: houd oog voor volwassenen. Voor kinderen bestaan er al veel fondsen en hulp, maar voor volwassenen is er veel minder hulp om in beweging te komen.’ En de laatste tip van Monique: ’Folders, websites, filmpjes: het haalt niets uit wanneer mensen niet goed kunnen lezen en schrijven. Geef ze liever een telefoonnummer en beperk je communicatie tot twee regels. Op een telefoon kunnen mensen direct vertalen, de smartphone is echt heel belangrijk voor deze doelgroep.’
Na het nemen van een paar foto’s stapt Monique in de auto terug naar Alphen. Ondertussen staat er alweer iemand voor de deur van de loods: een vrouw is op zoek naar kinderfietsjes. Erna: ‘Die heb ik wel, maar ik kan ze helaas niet zo meegeven. Je moet dat eerst officieel aanvragen. En ik zou ze dan aanvragen in deze wijk, want dan weet ik zeker dat ik ze kan uitgeven. Ja, ik ben weer de bureaucratie aan het bevechten. Loop maar even mee, dan laat ik ze zien.’
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Hoe krijgt bewegen een vaste plek in een brede wijkaanpak?