Breda wint, Gouda blikt terug: Jantje Beton Prijs
Breda is dit jaar de meest speelvriendelijke gemeente. Twee jaar geleden won de gemeente Gouda de prijs. Wat doet dat met een stad, het beleid – en vooral met de kinderen zelf?
Foto: Speeltuin 'Het Boegpad' in Gouda / Bob Koehorst
Breda is vorige week uitgeroepen tot de meest speelvriendelijke gemeente van Nederland. De Jantje Beton Prijs 2025 – uitgereikt door beschermvrouwe Prinses Beatrix en Buitenspeler Kiki (9) – ging naar de Brabantse stad vanwege de variatie aan speelmogelijkheden en sterke focus op sociale veiligheid. Een mooie erkenning, maar ook een nieuwe verantwoordelijkheid: de komende twee jaar is Breda hét gezicht van buitenspelen in Nederland.
Twee jaar geleden viel die eer te beurt aan de gemeente Gouda. Wat doet zo’n prijs eigenlijk met een stad, met het beleid – en vooral met de kinderen zelf? We vroegen het aan Aster van der Wal, senior beleidsadviseur Groen en Spelen bij de gemeente Gouda.
“De prijs bracht ons niet alleen erkenning. Ze gaf ons ook letterlijk ruimte – om het gesprek te voeren, om dingen voor elkaar te krijgen. Speelvriendelijkheid kwam écht op de kaart te staan, binnen én buiten onze gemeente.”
Waarom won Gouda de prijs in 2023?
Aster hoeft niet lang na te denken. “We zijn al jaren bezig met speelvriendelijkheid. We werken in Gouda met ‘speelbuurten’ – dat zijn afgebakende gebieden waarbinnen kinderen zelfstandig moeten kunnen spelen, zonder grote wegen over te steken of water over te moeten. Binnen zo’n buurt zorgen we voor voldoende speelplekken, met variatie en vergroening. En bij elke herinrichting voegen we een inclusief speeltoestel toe.”
‘Inclusief’ betekent dat iedereen mee kan doen – het is leuk voor jongens, meisjes én kinderen met een beperking. Een kuipschommel is bijvoorbeeld zo’n toestel, omdat het geschikt is voor veel verschillende kinderen. En belangrijk: kinderen mogen meedenken. “We geven hen keuzemogelijkheden en laten ze zelf beslissen over wat er komt. We betrekken ze ook via het Kindercollege, een afvaardiging van kinderen uit Gouda. Die zijn met ons op de fiets gestapt om speelplekken te beoordelen. Dan hoor je wat ze écht belangrijk vinden.”
Wat leverde de prijs op?
De impact van de prijs is volgens Aster duidelijk voelbaar, op meerdere gebieden:
“Het werd opeens makkelijker om met collega’s van andere afdelingen het gesprek aan te gaan. Mobiliteit, gezondheid, duurzaamheid – opeens was daar een opening: hé, spelen is óók relevant voor jouw beleidsterrein.”
“De prijs gaf ons een haakje. Je kunt ineens beter uitleggen: dit gaat niet alleen over kinderen, dit gaat over leefbaarheid, over gezondheid, over hoe mensen zich voelen in een wijk.” Het leidde ertoe dat speelruimtebeleid een plek kreeg in allerlei overleggen en documenten, zoals het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). “Daar staat het nu gewoon in”, vertelt Aster. “Speelruimte als onderdeel van een gezonde stad. Dat was voorheen niet vanzelfsprekend.”
En het blijft niet bij woorden gelukkig. De gemeente kan met het prijzengeld een interactief toestel plaatsen in de binnenstad. “Zo’n toestel maakt geluid, je kunt erop drukken, aan dingen draaien – het is ook bedoeld voor kinderen die minder mobiel zijn. Spelen met geluid, met gevoel.” Het is een mooi voorbeeld van inclusief denken in de praktijk.
Leren van anderen
Door de prijs kwam Gouda nog meer in contact met andere gemeenten. “We hebben bijvoorbeeld een fietstocht georganiseerd met andere genomineerde gemeenten en met internationale organisaties, zoals Kaboom uit de Verenigde Staten. Zij zetten zich in voor gelijkheid. Heel leerzaam! Wat wij echt hebben meegenomen, is hoe andere gemeenten bewoners actiever betrekken bij speelplekken. Als mensen zich verbonden voelen, voelen ze zich ook verantwoordelijk. Dat maakt een plek veiliger.”
Een ander belangrijk inzicht: meisjes stellen andere eisen aan speelplekken dan jongens. “Zij willen zich veilig voelen, kunnen chillen met vriendinnen, goede verlichting, een veilige route ernaartoe. Jongens roepen vaak meteen: ‘voetbalveld!’ Meisjes hebben echt andere prioriteiten. Daar proberen we nu bewust op in te spelen.”
Wat zijn de uitdagingen?
De grootste obstakels voor speelvriendelijkheid? Ruimte en soms tegenstrijdige belangen.
“In een stad als Gouda moet alles op een klein oppervlak. Woningbouw, groen, mobiliteit – en daarbinnen moeten we ruimte blijven vinden om te spelen. Dat is echt een puzzel.”
Ook in de samenwerking met projectontwikkelaars is spelen niet altijd vanzelfsprekend. “In plannen voor nieuwbouwwijken komen speelplekken vaak pas laat aan bod. Terwijl je dat vanaf het begin moet meenemen. We hebben daarom advies gevraagd aan Jantje Beton: hoe voer je dat gesprek goed? Want we willen niet alleen achteraf ‘iets’ toevoegen, we willen speelruimte als een van de belangrijke uitgangspunten voor nieuwe wijken.”
Daarnaast is het lastig om demografische voorspellingen te doen. “We hebben bijvoorbeeld geen ‘kindnorm’ zoals we een parkeernorm hebben. Je weet niet precies hoeveel kinderen er komen in een nieuwe wijk. Maar je móet ergens op sturen tijdens de ontwikkeling ervan. In Westergouwe zagen we bijvoorbeeld dat de buurt veel kinderrijker werd dan gedacht. Dat was een les: we moeten voortaan hoger inzetten in onze schattingen.”
Waarom moet speelvriendelijkheid een politiek thema zijn?
Met de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 in het vooruitzicht (zie onze campagnepagina met tekstsuggesties voor partijprogramma's), hoopt Aster dat speelvriendelijkheid nadrukkelijk op de agenda komt.
“Spelen raakt aan alles: gezondheid, veiligheid, sociale cohesie. Kinderen die buitenspelen, bewegen meer, leren meer, voelen zich beter en zelfverzekerder. Het is geen luxe. Het is een basisvoorwaarde voor een gezonde samenleving.”
Je kunt spelen vergelijken met eten, slapen en ademen. Het hoort erbij. En als kinderen geen goede plek hebben, gebeurt het gewoon niet. Aster benadrukt ook het belang van informele speelruimte. Een stoep, een grasveldje, een paaltje. Het hoeft niet altijd een uitgebreide speeltuin te zijn. Maar die informele speelruimte verdwijnt vaak als eerste bij nieuwe plannen. Terwijl dát juist de plekken zijn waar kinderen vanzelf buiten gaan spelen.
Het gesprek over spelen wordt gelukkig langzaam maar zeker breder. “Spelen en sport lopen steeds meer in elkaar over. Freerunnen, calisthenics, dansvloeren met licht, klimelementen – alle kinderen bewegen anders. Het maakt niet uit of het ‘sport’ of ‘spel’ heet. Als ze maar in beweging zijn, en zich welkom voelen in de openbare ruimte.”
De Jantje Beton Prijs als vliegwiel
Met Breda als kersverse winnaar van de Jantje Beton Prijs, verschuift de aandacht naar een nieuwe stad. Maar voor Aster is het duidelijk dat speelvriendelijkheid een onderwerp blijft dat méér aandacht verdient – in élke gemeente.
Want de noodzaak blijft, zolang er nog steeds duizenden kinderen in Nederland zijn die nauwelijks buiten komen. Omdat er geen fijne plek is of omdat ze zich niet veilig voelen. Kinderen willen graag ruimte om te klimmen, rennen, ontdekken en lekker vies te worden in de natuur. Deze prijs helpt om dat in te zien en in de praktijk te brengen. De prijs is geen eindpunt, maar een vliegwiel dat moet blijven draaien.
Foto: Bredase kinderen ‘proosten’ met Prinses Beatrix op het winnen van de Jantje Beton Prijs 2025 ©

Foto: Aster van der Wal, gemeente Gouda
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin