Een veilig plein waar kinderen leren samenleven door te spelen
Op openbare basisschool De Globe in de krachtwijk Osdorp in Amsterdam is buitenspelen een integraal onderdeel van het onderwijs. Op het speciaal ontworpen schoolplein leren kinderen bewegend, ontdekkend en spelend hoe je goed samenleeft. Deze aanpak wordt gedragen door een duidelijke visie en een hechte groep ouders en (vak)leerkrachten.
In Amsterdam Osdorp, midden tussen hoge flats en drukke straten, staat OBS De Globe. Een basisschool met een superdiverse populatie, relatief veel armoedestress, nieuwkomers uit allerlei landen en een omgeving waar buitenspelen voor veel kinderen allerminst vanzelfsprekend is. “Hier komen kinderen soms niet uitgerust op school”, vertelt een van de moeders op het schoolplein. “Thuis zijn er problemen, of er is weinig ruimte. Dat merk je aan de kinderen. Dan moet je op school extra hard werken om ze goed te laten landen.”
In die soms ingewikkelde context probeert De Globe iets fundamenteels te veranderen: het schoolplein als leeromgeving. Het is geen plek waar 2 keer per dag een ‘pauze’ wordt ingeroosterd voor leraren of waar kinderen aan hun lot worden overgelaten, maar een pedagogische kern van de schooldag. Dankzij de expertise van Alles in Beweging, en gedragen door een opvallend hecht team van ouders en medewerkers, kreeg het plein een nieuwe functie: kinderen bewegen er samen en leren er samenleven.
Op het schoolplein leer je het leven.
Pauzes zijn misschien wel de belangrijkste leermomenten
Wim van Gelder en Bastiaan Goedhart zijn beiden vakleerkracht, docent aan de Pabo Inholland en de opleiding tot Motorisch Remedial Teacher. Ze zijn als experts jarenlang betrokken bij het verbeteren van de kwaliteit van het bewegingsonderwijs, het ontwerpen van dynamische schooldagen en het spelen en bewegen op schoolpleinen. Ze zien op De Globe terug wat ze in heel Nederland tegenkomen: kinderen die minder buitenspelen, minder sociale flexibiliteit hebben en daardoor moeite hebben met autonomie en conflicthantering. Wim zegt: “Vroeger speelden kinderen 25 uur per week buiten en leerden ze gaandeweg om goed met elkaar om te gaan. Nu is dat veel minder het geval en hebben scholen een grotere taak gekregen om dat mee te geven.”
Het is een drukte van jewelste op zo’n plein. Verschillende leeftijden door elkaar, allerlei achtergronden en een dynamiek die geen enkel klaslokaal kent. “Het is pedagogisch misschien wel de meest complexe situatie van de school”, zegt Bastiaan. “In de klas heb je structuur. Buiten kom je ineens met een veel grotere groep kinderen samen en met veel minder toezicht dan in de klas. De kans op conflicten is dan veel groter. Leerkrachten waren op deze school een groot deel van de les na de pauze bezig om de groep weer rustig te krijgen.”
Kinderen zijn 20 procent van hun basisschooltijd op het schoolplein. Dat is heel erg veel. De waarde ervan wordt enorm onderschat.
Structuur, nabijheid en een hecht team
De school had voor de komst van Wim en Bastiaan al verschillende externe bedrijven en programma’s voor het inrichten of begeleiden van de ‘pauzes’ geprobeerd, maar niets leek aan te slaan. Tot de moeders van de schoolkinderen zelf aan de bel trokken. Een van hen vertelt: “Dit kan beter, dachten we. Die organisaties die ingehuurd werden om de pauzes te begeleiden, kenden de kinderen en hun achtergrond helemaal niet. Dan werkt het niet. Wij wisten wél wat er nodig was.”
Twee moeders kijken toe of alle kinderen kunnen deelnemen aan alle activiteiten.
Deze moeders vormen nu al vijf jaar het vaste pleinteam: zichtbaar, altijd aanwezig en vertrouwd voor en door de kinderen. Ze coördineren zelfstandig shifts, organiseren koffiemomenten om de groep hecht te houden en situaties te bespreken, zijn elke dag op het plein te vinden en werven nieuwe leden. “Je moet heel betrokken zijn, want het is allemaal tegen een vrijwilligersvergoeding. En je moet steun en vertrouwen van de schooldirecteur krijgen.”
Die directeur, Erwin Bolt, speelde een belangrijke rol in de omvorming van het schoolplein tot leerplein. Hij investeerde in begeleiding, vroeg om externe expertise (Wim en Bastiaan) en bouwde aan een cultuur waarin ouders en professionals gelijkwaardig samenwerken.
Play en game als hart van het plein
Kern van het nieuwe plein vormen de verschillende uitdagingen die er zijn en een slimme verdeling tussen play en game. Play zijn de losse, open vormen van spel: zandbak, stelten, touwtjespringen, diabolo’s, karren, fietsen en nog veel meer. Game zijn de spelvormen die meer structuur vragen en waarin kinderen zich meten met elkaar: voetbal, basketbal, tafeltennis of het razendpopulaire Kingen.
Op veel scholen is voetbal dominant. Dat leidt vaak tot gedoe, uitsluiting en het ‘recht van de sterkste’. Wim: “Dan leren kinderen precies wat we níet willen dat ze leren.” Op De Globe is dat anders. Het plein is in zones verdeeld, er zijn meerdere veldjes, en er wordt bewust met kleine groepen gespeeld. Voor elk veldje is er een maximumaantal (wissel)spelers vastgesteld. “Op het kleinere voetbalveldje voor groep 3-5 spelen ze bijvoorbeeld met hoogstens 4 tegen 4”, zegt Bastiaan. “Want met grotere aantallen zijn er meestal maar 3 of 4 kinderen veel aan de bal. De rest staat erbij en de kans wordt groter dat zij ongewenst gedrag laten zien.”
We willen geen ‘Ronaldo’s’ opleiden. Iedereen moet kunnen meedoen op het plein.

Op het grote voetbalveld spelen kinderen maximaal 5 tegen 5.
Het positieve effect is zichtbaar. Onder andere doordat de teams kleiner zijn, zijn de kinderen beter in staat om zelf teams te maken, wissels te regelen en elkaar aan te spreken op oneerlijk spel. Het is ook eenvoudiger om kinderen te begeleiden en te helpen bij het nemen van verantwoordelijkheid. Maurice Veldhuis, de vakleerkracht bewegingsonderwijs, kijkt op afstand mee: genoeg nabijheid om te helpen waar nodig, maar ook voldoende ruimte om hen zelf te laten leren. Binnen die opzet is er altijd ruimte voor ‘risky play’: kinderen mogen proberen, vallen, opstaan en opnieuw beginnen. Daar leren ze het meest van.
Zichtbare winst in gedrag, spel en samenwerking
De moeders zien het dagelijkse effect misschien wel het scherpst. “Kinderen die vroeger thuis zaten te gamen, spelen nu uren na schooltijd. Het plein is openbaar, dus het leeft de hele dag. Ze leren hier al spelend en bewegend hoe je met elkaar omgaat.” Ook de doorstroom naar naschoolse activiteiten groeit. Er is van halfdrie tot vijf een rijk beweegaanbod en de school droomt ervan om na schooltijd nog meer lokale professionals (denk aan vaders, broers, zussen) aan het plein toe te voegen.
De sfeer op het plein is echt veranderd. We weten nu veel beter hoe we ruzies moeten oplossen. Het plein helpt daarbij. – Asher, leerling groep 8
3x3-Basketbal met vakleerkracht Matthijs Alt.
Rennende kinderen, op weg naar een leuke speelplek op het plein.
Het schoolplein als plek voor zelfstandig spelen met allerlei materiaal.
Meer informatie:
- https://www.allesinbeweging.net
- https://www.platformdynamischeschooldag.nl
- https://allesinbeweging.net/storage/8904/2024-Mau,-Goedhart,-van-Gelder---De-rol-van-de-begeleider-tijdens-het-buitenspelen-(2).pdf
- https://allesinbeweging.net/storage/2206/2015-W.-van-Gelder,-B.-Goedhart,-M.-Janssen---Het-plein-wacht-(1).pdf
- https://allesinbeweging.net/storage/2207/2015-W.-van-Gelder,-B.-Goedhart,-M.-Janssen---Het-plein-wacht-(2).pdf
- https://allesinbeweging.net/storage/2208/2015-W.-van-Gelder,-B.-Goedhart---Het-plein-wacht-(3).pdf
Of neem contact op met Wim van Gelder (wim@vangelderib.nl) of Bastiaan Goedhart (Bastiaan.Goedhart@inholland.nl).
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin