Fysiotherapie als spil in duurzame beweegzorg
Waarom is blijven bewegen zo belangrijk voor mensen met een chronische aandoening? Hoe stimuleer je dat als zorgprofessional – ook buiten de behandelkamer? En wat moet er anders in het systeem om dit vol te houden?
Waarom is blijven bewegen zo belangrijk voor mensen met een chronische aandoening? Hoe stimuleer je dat als zorgprofessional – ook buiten de behandelkamer? En wat moet er anders in het systeem om dit vol te houden? Op deze vragen geeft Jenny Zwiggelaar een eerlijk, nuchter en bovenal betrokken antwoord. Ze is hart-, vaat- en longfysiotherapeut én projectmedewerker bij Chronisch ZorgNet, een landelijk netwerk van zorgverleners, gespecialiseerd in de behandeling van patiënten met niet-overdraagbare chronische aandoeningen. In haar werk zoekt ze voortdurend de verbinding tussen zorg en leefwereld.
Bewegen is voor mijn doelgroep geen vanzelfsprekendheid. Maar wél noodzakelijk. Als het lukt om daar plezier in te vinden, dan houden mensen het ook veel beter vol.
Bewegen is geen antibioticakuur
Als fysiotherapeut ziet Jenny patiënten met klachten die voortkomen uit hart- en vaatziekten of longaandoeningen zoals COPD. “Ik zie mensen met etalagebenen, die pijn krijgen bij het lopen. Dan is de paradox: ze moeten juist méér gaan lopen. Door bewegen kan het lichaam echt weer meer aan. Het gaat om beter leren omgaan met je grenzen.”
Maar Jenny is wel eerlijk: “Bewegen is geen antibioticakuur. Het is niet: even doen en klaar. Het is iets dat je moet blijven doen. En dat is voor veel mensen moeilijk vol te houden. Mensen moeten goed begrijpen waarom ze het doen, anders gaan ze het nooit zonder mij doen. Maar ik kan er niet hun hele leven naast blijven staan.”
Iedereen is anders
Motivatie is het allerbelangrijkste, volgens Jenny. En dat begint met goed luisteren. ‘Wat wil je echt? Wat maakt jouw leven de moeite waard?’ Vaak hoort ze: ‘ik wil met mijn kleinkind naar de speeltuin’. “Dan vraag ik door: maar wat wil jij zelf?” De antwoorden zijn uiteenlopend: zelfstandig kunnen douchen, in de tuin werken, boodschappen doen. “Het zit vaak in de kleine dingen. Daar doe ik het voor.”
Soms verrassen mensen haar met grootse doelen. “Ik had eens een patiënt met maar één long en in die long had zij ook nog COPD. Haar hulpvraag? Minder lawaaiig de Kilimanjaro oplopen. Een half jaar later had ze de top bereikt. Niet per se minder lawaaiig, maar ze wist nu wél waar het geluid vandaan kwam: haar manier van ademhalen.” Jenny benadrukt dat zo’n prestatie natuurlijk uitzonderlijk is; de meeste winst zit juist in de ogenschijnlijk kleine successen.
Ze past haar aanpak aan per persoon. Sommige mensen moeten keihard aan de bak, anderen hebben juist baat bij een hele voorzichtige opbouw. “Echt iedereen is anders.”
Zorg en het sociaal domein
Om mensen duurzaam in beweging te houden, is samenwerking essentieel. “Ik wil en kan geen stok achter de deur blijven. Mensen moeten hun eigen ‘stok’ vinden: een buurvrouw, wandelmaatje of sportgroep. Daarin zijn buurtsportcoaches, beweegmakelaars of vrijwilligers ontzettend waardevol om die te vinden.”
Ze benadrukt hoe belangrijk het is dat de zorg en het sociaal domein elkaar weten te vinden. “Als fysiotherapeut heb je niet de tijd om alles uit te zoeken. Maar ik kan iemand wél wijzen op het sociaal team in de buurt, of soms direct een verbinding leggen.”
Pijnpunten in het systeem
Ze is kritisch op het huidige systeem: “Wij worden bijvoorbeeld alleen betaald voor wat we één-op-één met een patiënt doen. Alles daarbuiten – overleg, beleid, innovatie, scholing, kennisdeling – doen we in onze eigen tijd. Dat is niet vol te houden.” De oproep van de Beweegalliantie aan zorgprofessionals om bewegen politiek te maken, onderschrijft Jenny dan ook van harte:
Ga met ons in gesprek! Gebruik onze kennis en ervaring om het beleid te verbeteren. Maar nodig ons wel uit als gelijkwaardige professionals. Niet als goedwillende vrijwilligers.
Ze vervolgt: “Iedereen wijst naar elkaar: de gemeente zegt ‘dat is aan de zorgverzekeraar’, maar zorgverzekeraars roepen precies het omgekeerde. Ondertussen gebeurt er te weinig. En dat is schrijnend. De rek is eruit. Zorgprofessionals zijn vaak betrokken ‘vakidioten’, maar er moet erkenning komen, ook in de vorm van een vergoeding.”
Een beweegboodschap aan Nederland
Jenny’s eigen favoriete manier van bewegen is wandelen. Elke dag stapt ze minstens één keer naar buiten, weer of geen weer. “Vroeger liep ik met de hond, nu kan ik het ook alleen zonder me ongemakkelijk te voelen.” Ze zou aan mensen willen meegeven dat het allemaal echt niet perfect hoeft te zijn.
Die 10.000 stappen? Laat los. Wat telt, is dat je beweegt op een manier die bij je past.
Bewegen hoeft niet groots of ingewikkeld te zijn, maar vooral leuk. “Als je plezier vindt in bewegen, wordt het iets wat je vol kunt houden. Dan wordt het leven, ondanks alles, nét wat luchtiger en leuker, zeker voor mensen met een chronische aandoening.”
👉 Meer weten over de oproep van de Beweegalliantie om bewegen politiek te maken? Klik hier!
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin