Judith Tielen: “Bewegen is geen luxe, het is de basis van gezondheid”
Vier maanden na haar aantreden als demissionair staatssecretaris van Jeugd, Preventie en Sport blikt Judith Tielen met ons terug én vooruit. In een open gesprek vertelt ze over haar eigen beweeggedrag, de landelijke aanpak van gezondheid en wat er volgens haar nodig is om bewegen echt vanzelfsprekend te maken. “Bewegen is geen ‘nice to have’, maar de basis van gezondheid,” zegt ze. Wat ging er al goed, en wat vraagt om een volgende stap?
De gezonde keuze
“Uiteindelijk begint vooruitkomen in het leven met een goede gezondheid, en daar hoort bewegen bij.” Tielen weet uit eigen ervaring dat het niet vanzelf gaat om voldoende te bewegen. “Toen ik nog Kamerlid was, haalde ik met gemak 10.000 stappen per dag. Alleen al door het rondlopen in het gebouw,” vertelt ze lachend. “Nu ik staatssecretaris ben, zit ik vaker in vergaderingen en op het ministerie hoef ik ook minder te bewegen. Dus ik moet er meer moeite voor doen. ’s Avonds moet ik mezelf soms echt toespreken: nog even een blokje om.”
Ook op landelijk niveau ziet Tielen dat de gezonde keuze niet altijd de gemakkelijkste is. “Het is nu eenmaal eenvoudiger om op de bank te blijven zitten dan je sportkleren aan te trekken. Daarom moeten we mensen stimuleren om van de bank en in beweging te komen.”
Hoe dat gestimuleerd wordt, blijkt uit de samenhangende preventiestrategie van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. “Sport en bewegen lopen dwars door alle domeinen heen: het is de onderlegger van gezondheid”, legt Tielen uit. In deze preventiestrategie wordt dan ook niet langer geredeneerd vanuit sectoren, maar vanuit de mens zelf. “We werken met zeven omgevingen waarin we kijken hoe we prikkels en verleidingen kunnen organiseren om gezond gedrag te stimuleren: van school tot werk, van wijk tot sportvereniging.”
De kracht van lokaal maatwerk
Toch gelooft Tielen niet dat het grootste effect vanuit ‘Den Haag’ komt. “We kunnen hier niet bedenken hoe het moet in Appelscha of Heerlen. Gemeenten kennen hun inwoners, hun infrastructuur en hun wijken. Zij hebben de sleutel om bewegen dichter bij mensen te brengen.”
Ze verwijst naar haar bezoek aan Heerlen-Noord, waar ze tijdens het Nationaal Beweegcongres het eerste Sociale Beweegplan van Nederland kreeg overhandigd. “Dat was een inspirerend voorbeeld. Je zag daar mensen uit de wijk zélf meedenken over hoe bewegen deel van het dagelijks leven kan worden. Zulke initiatieven laten zien hoe beleid en praktijk elkaar versterken.”
Ook de buurtsportcoaches spelen volgens haar een cruciale rol. “Toen ik net Kamerlid was, kon ik me daar nog onvoldoende bij voorstellen. Maar nu ik tijdens werkbezoeken zie wat zij doen om energie in een wijk te brengen… dat werkt. Daar gebeurt het.”
Onderzoek waar belemmeringen zijn
Tielen wil zich inzetten voor voldoende beweegkansen voor álle doelgroepen. “Dan helpt het om te onderzoeken waar er belemmeringen zijn: voor mensen met een beperking, of een achterstandspositie, of verschillen in veiligheidsbeleving tussen jongens en meisjes.” Ze ziet daarin kansen voor gemeenten. Tijdens een bezoek aan een atletiekclub in Gouda hoorde Tielen ouders van dochters pleiten voor veiligere fietspaden. “Het is mooi groen, maar ook slecht verlicht en ze vinden het niet prettig als hun dochter alleen naar de training fietst. Dat soort dingen zijn óók randvoorwaarden voor bewegen. Een veilige, sociaal prettige openbare ruimte maakt verschil, zeker voor meisjes.”
Ze benadrukt dat gedrag ‘besmettelijk’ is. “Als niemand van je vrienden sport, waarom zou jij dan beginnen? Daarom is het belangrijk dat we met jongeren in gesprek gaan over wat ze leuk vinden. Het aanbod moet aansluiten, flexibel zijn. Niet alleen competitie, maar ook laagdrempelige vormen als 3-tegen-3 basketbal, buitenfitness of gewoon lekker wandelen. Het moet normaal zijn om te bewegen.”
Tegelijkertijd wil ze dat het sportaanbod beter aansluit op wat mensen leuk vinden. “Ik kom uit een dorp waar het aanbod simpel was: jongens voetbalden en meisjes turnden. Nu is het aanbod veel breder, maar nog steeds haken veel jongeren af in hun tienerjaren. We moeten sport flexibeler maken, zodat mensen kunnen wisselen of opnieuw instappen. Dat geldt ook voor volwassenen.”
Geen extra beleid, maar beter verbinden
Volgens de staatssecretaris is er geen behoefte aan nóg meer nieuwe programma’s. “Er loopt al veel. Van jeugdzorg en mentale gezondheid tot preventie en gezondheidsbeleid: overal zijn er lokale teams en steunpunten actief. Wat vooral nodig is, is dat die initiatieven beter bij elkaar komen. Een algemeen besef dat sport en bewegen voor al die onderdelen van waarde zijn.”
“We werken aan handvatten voor gemeenten om de sport- en beweeginfrastructuur toekomstbestendig te maken. Dat doen we samen met onder andere het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening . Ik ben niet voor harde normen, maar we willen gemeenten helpen keuzes te maken die beweging stimuleren.”
Bij het samenwerken tussen systeem- en leefwereld herkent ze een grote meerwaarde van de Beweegalliantie. “De kracht van jullie netwerk is dat jullie dichtbij de praktijk staan én weten wat er beleidsmatig speelt. We hebben dat nodig om beter te begrijpen wat werkt in buurten, scholen en organisaties. Jullie brengen mensen bij elkaar, halen op wat er in de praktijk speelt en denken mee met beleid. Dat is precies wat nodig is om gezondheid vanuit de leefwereld te benaderen.”
Structurele aandacht
Op de vraag wat haar boodschap is aan de formerende partijen na de verkiezingen, hoeft Tielen niet lang na te denken: “Blijf in beweging en ga vooruit.” Ze zegt het met een glimlach, maar ook met overtuiging. “Bewegen is geen luxe, het is de basis van een gezonde samenleving. We hebben al zoveel in huis: infrastructuur, kennis, lokale energie. Nu moeten we vooral doorgaan.”
Of ze zelf ook in het nieuwe kabinet gaat schitteren? “Ik heb het enorm naar mijn zin,” zegt ze. “Het lijkt me geweldig als ik niet alleen demissionair, maar een kabinetsperiode van vier jaar aan de slag zou kunnen met ambitieuze doelen rond bewegen en gezondheid. Dus als ik mag solliciteren, doe ik dat graag.”
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin
Lees verder Hoe krijgt bewegen een vaste plek in een brede wijkaanpak?