Van Turnen naar Urban Gymnastics
In het Westland bouwt turner, trainer en leerkracht Krijn de Rijk aan iets dat begon als een praktische oplossing voor afhaken bij recreatief turnen en uitgroeide tot een beweging op zich.
In zijn turnlessen zag hij kinderen rond de bovenbouwleeftijd afhaken: “Ze hebben hun max dan een beetje bereikt. Als je niet heel veel meer leert, wordt het voor veel kinderen gewoon een minder interessante sport.” Daarom ging hij experimenteren met vormen die wél blijven prikkelen. Aan het turnen voegde hij freerunnen, klimmen en springen toe. “Sindsdien is het heel hard gaan lopen, bleven leden komen en haakten juist ook kinderen aan die eerder misschien niet per se op het turnen afkwamen.”
Stickmeister
Zijn didactiek is speels en slim tegelijk. Niet steeds moeilijkere trucs, wél steeds nieuwe uitdagingen. Een voorbeeld is stickmeister: een onderlinge wedstrijd bij trampolinespringen waarbij je de landing in één keer doodstil moet ‘sticken’. Dat geeft ook kinderen die (nog) geen salto durven een doel om voor te trainen. “Daar ben ik echt een wedstrijdje van gaan maken… waardoor ze ineens daarop gingen trainen.”
Veiliger dan voetbal
Veiligheid is ingebouwd in zijn manier van lesgeven. Kinderen leren risico’s inschatten en grenzen herkennen. Hij herhaalt vaak het bijna Cruijffiaanse motto:
Weet wat je kan en weet wat je niet kan.
Over het hardnekkige imago van zogenaamd ‘gevaarlijke’ urban sporten zegt hij: “Ik vind voetbal veel gevaarlijker, omdat je op het veld met veel meer onverwachtse elementen te maken hebt. De gymzaal is een meer gecontroleerde omgeving met professionele begeleiding.”

Apenkooi als inspiratie
Zijn bijzondere aanpak is breed inzetbaar, van kleuters tot jongvolwassenen. De leeftijden lopen van 4 tot 21 jaar. De kinderen bouwen een motorische basis op waar ze de rest van hun leven op kunnen voortborduren. We vroegen Krijn of zijn manier van sporten op Apenkooi lijkt – het nog altijd zeer populaire spel waarbij alle apparaten en attributen in de gymzaal worden ingezet voor een potje tikkertje. “Het is misschien geen echte sport, maar het zou naar mijn mening de beste sport zijn voor elk kind vanwege de nadruk op coördinatie, snelheid en snel keuzes maken.” Elk jaar sluit hij dan ook het seizoen af met een grote apenkooiles. En uiteraard doet hij dan zelf mee.
Alles onder één dak
Na verloop van tijd groeide bij Krijn een grotere ambitie: een Urban Cultural Centrum in het Westland. “Het moet een plek worden waar Urban Gymnastics samenkomt met boulderen, freerunnen, skateboarden en (street)basketbal. Waar overdag scholen, bso’s en ouderen terechtkunnen en ’s avonds verenigingen.” Elk domein krijgt daar z’n eigen plek (denk aan de Haagse Sportcentrale), maar wel onder één dak zodat je krachten bundelt en samenwerking vanzelf groeit.
Als je het allemaal op één locatie kan aanbieden, ontstaan er allerlei extra mogelijkheden.
Zo’n opzet is bovendien inclusief: er is potentie voor volwassenen en ouderen (van valpreventie tot ‘toegankelijke’ urban-varianten) en het wordt een ontmoetingsplek, een soort extra thuis, met ruimte voor straatcultuur en voorbeeldfiguren die vaak aanwezig zijn en waar jongeren door geïnspireerd en gemotiveerd kunnen raken.
Om zo’n centrum neer te zetten, bouwt Krijn bewust aan een coalitie. Hij noemt bijvoorbeeld Dreams (skate/BMX/streetart), Jump Freerun, UDI Westland, De Campus (boulderen en klimmen), Westland Stars (streetbasketbal) en heeft de wens om ook stoei- en trefspelen te betrekken (judo/boksen/valtraining). De eerste gezamenlijke bijeenkomst met partners bevestigde de belangrijkste les: locatie is alles. Dáármee valt of staat een ambitieus plan als dit. Kleine losse acties op een skatepark zijn leuk, maar verwateren uiteindelijk vaak helaas. Onder één dak kun je programmeren, professionaliseren en blijven groeien.
Deuren openen
De Beweegalliantie hielp bij de opstart, het vinden van de juiste mensen en het scherper krijgen van het verhaal. “Ik denk dat zij heel belangrijk zijn geweest in deze fase. Dankzij de Beweegalliantie gaan er ineens deurtjes open die voor mij gesloten blijven. En het fijne is dat je niet zelf eerst twintig deurtjes door hoeft om te kijken of er iets bruikbaars achter zit, maar meteen bij het juiste deurtje staat. Dat scheelt een hoop tijd en energie voor kwartiermakers zoals ik.”
Waar staan ze nu?
“We zijn nog niet op 10%, denk ik”, zegt Krijn nuchter. De grootste hobbels die hij op dit moment voor zich ziet: een geschikte locatie vinden en daarna eerlijk en goed de financiën en rollen tussen partijen regelen. Toch blijft zijn houding consequent ondernemend:
Linksom of rechtsom, we komen er wel uit. Je moet toch gewoon ergens beginnen. Ik denk niet in geld… Als het lukt is dat supergaaf!
Tips voor anderen met een goed idee
Voor wie zelf een beweeginitiatief wil starten, zitten er concrete lessen in Krijns aanpak:
- Begin bij de beleving (denk aan spelvormen zoals stickmeister);
- Luister naar kinderen en ouders en pas je aanbod aan;
- Bundel krachten met gelijkgestemden die iets anders kunnen dan jij;
- Zoek een plek die samenwerking mogelijk maakt en alles samenbrengt;
- Professionaliseer waar het om veiligheid en continuïteit gaat: “Je wil dat het voor iedereen toegankelijk blijft, maar er moet wel geld binnenkomen. Want anders kan je niets creëren met elkaar.” Dat betekent ook trainers serieus nemen, zodat talent niet wegvloeit en je professionele trainingen kunt aanbieden.
Je kunt Krijn bereiken via Info.urbangymnastics@gmail.com
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin