“Veel is er al, we moeten het alleen nog verbinden”
Maarten Stiggelbout zette zich decennia in voor bewegen en gaat met pensioen. Maar niet voordat hij met iedereen deelt wat wél werkt in de transitie naar een beweegvriendelijker Nederland
Op 25 september bekroonde Maarten zijn carrière met het boek ‘Bewegen mijn Leven’, een persoonlijke terugblik op 35 jaar werken aan bewegen en gezondheid. “Ik wil vooral verwoorden en doorgeven wat ik in tientallen jaren heb geleerd.”
Wat begon als een loopbaan in bewegingswetenschappen groeide uit tot een indrukwekkende mix van praktijk, beleid en wetenschap. Maarten was betrokken bij de introductie van de Nederlandse Norm Gezond Bewegen, landelijke campagnes zoals Nederland in Beweging!, leefstijlprogramma’s als ‘Scoren voor Gezondheid’ en ‘Stapjefitter’, het ouderenprogramma Oldstars Walking Football en het lokaal verankeren van beweegbeleid in twintig gemeenten waaronder zijn thuisstad Woerden. De rode draad door die decennia: wat werkt wél als je duurzaam meer mensen in beweging wil krijgen?
Van interventie naar infrastructuur
De bijvangst is dat hij ook haarfijn kan uitleggen wat niet werkt. “Het grootste obstakel? Dat we te veel focussen op het meten en de effectiviteit van kortdurende interventies,” stelt Stiggelbout. “Ik ben zelf ook ooit begonnen met interventies van bijvoorbeeld negen weken. Leuk, en je kunt ook nog aantonen dat het effect heeft. Maar meten is tijdelijk. Kijk je een jaar later, dan zijn de effecten vaak uitgedoofd.”
De nadruk op ‘wat werkt’ is volgens hem te smal gedefinieerd. “We weten al járen dat bewegen gezond is en dat iedere extra stap winstgevend is. Ik focus dan ook liever op succesverhalen, draagvlak, hoe iets ervaren wordt. Maar in mijn ogen moet je al in de ontwikkelfase denken aan hoe iets landt in de praktijk.” Zelf pleit hij voor ‘uitbouwen aan systemen’: investeren in lokale netwerken van leefstijlcoaches, sportdocenten, voedingsdeskundigen, fysiotherapeuten en welzijnswerkers, de mensen die het verschil maken op straat.
In zijn boek benadrukt hij: werk vanuit een paar eenvoudige bouwstenen zoals de Beweegrichtlijnen, de Schijf van Vijf, voldoende slaap, mentale en financiële gezondheid - en laat die terugkomen in je aanbod. “Je hebt geen honderd losse interventies nodig. Richt je op de infrastructuur: de mensen die het kunnen dragen. Het is onmogelijk om in ieder gemeentehuis de expertise te hebben om te kunnen beoordelen wat goed is voor je bevolking. Maar die expertise heb je al in je gemeente, in professionals. Vertrouw daarop.”

Lokale verhalen als vliegwiel
Daarbij helpt het om het ‘laaghangend fruit als eerste te grijpen. “In elke gemeente zijn al bestaande successen. Kijk wat er al is, wie er al actief zijn. En bouw daarop voort,” zegt hij. Hij noemt zichzelf een wielenhandelaar: “Het wiel is al uitgevonden, ik monteer ze alleen op de juiste plekken.”
De kracht van verhalen wordt in zijn ogen nog altijd onderschat. Hij noemt een voorbeeld: Anne Steevels, een deelnemer aan het programma Stapjefitter in Woerden. Zij kreeg grip op haar leven terug, werd vrijwilliger, kreeg een vaste betaalde baan, startte een wandelgroep en inspireerde daarmee zestien nieuwe groepen in de regio. “Toen zij haar verhaal vertelde aan de gemeenteraad in Papendrecht, raakten ze enthousiast en kwamen in actie. Niet door mijn cijfers maar door haar stem”.”
Het is niet de enige keer dat persoonlijke verhalen het verschil maakten. “Met ‘Scoren voor Gezondheid’ zetten we betaald voetballers uit de Eredivisie in als rolmodel tegen overgewicht bij kinderen. Dat werkte beter dan welke folder dan ook. Ouders, kinderen, beleidsmakers: iedereen werd geraakt.”
Samenwerking als rode draad
Maarten herhaalt het meerdere keren: alles draait om de juiste samenwerking. “Je moet elkaar iets gunnen. Dat is misschien wel het belangrijkste.” Het typeert zijn manier van werken, lokaal én landelijk. “In 2005 begonnen we met Woerden Actief. We werkten met 40 tot 50 partijen samen: sport, welzijn, onderwijs, zorg. Die verbinding maakt het verschil. En dat verschil is nu 20 jaar later nog zichtbaar”
Welke teleurstelling is hem het meest bijgebleven? “Na het faillissement van het NIGZ (Nationaal Instituut voor Gezondheidsbevordering en Ziektepreventie, red) in 2012 is er nooit meer een breed preventie-instituut gekomen. Dat is zonde. We waren toen dé thema-overstijgende organisatie op het terrein van leefstijl, dat heeft impact.” Toch pleit hij niet voor een nieuwe organisatie of managementlaag. “Gebruik wat er al is: de kenniscentra, de opleidingsinstituten. Verbind ze structureel met elkaar. Alles is er al.”
Niet versnipperen maar verbinden
In zijn boek komt het steeds terug: de sociale omgeving, de motivatie, de verhalen, het systeem. Het is geen pleidooi voor de zoveelste interventie, maar een oproep om het geheel te zien – en daar op in te zetten. “We hebben te veel schotten: één aanpak voor longen, één voor hart, één voor dementie. Maar de bouwstenen zijn hetzelfde. Ga niet versnipperen maar verbinden.”
Afscheid met een blik vooruit.JPG)
Op 25 september presenteerde Maarten zijn boek ‘Bewegen mijn Leven’ tijdens zijn afscheidsbijeenkomst, waar hij een gemeentelijke onderscheiding kreeg voor zijn jarenlange inzet. Zijn boek, waarvan hij het eerste exemplaar overhandigde aan Beweegalliantie-directeur Erik Lenselink, is geen wetenschappelijke publicatie en ook geen autobiografie. Het is een uitnodiging aan professionals, beleidsmakers en betrokken burgers om samen verder te bouwen. “Een gezonde leefstijl is voor iedereen haalbaar en betaalbaar, mits men de juiste kennis en steun krijgt. Maar de verleidingen om minder te bewegen zijn in mijn tijd steeds groter geworden: elektrisch fietsen, mobieltjes, alles wordt bezorgd… Toch zie ik ook een tegenbeweging op gang komen en liggen alle mogelijkheden er al. We moeten ze alleen nog gaan benutten.”
Het boek van Maarten is hier te lezenOf bekijk de presentatie
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin