Voorzitter en directeur blikken terug én vooruit
Carl Verheijen, voorzitter van de Beweegalliantie en directeur Erik Lenselink reflecteren op het afgelopen jaar en delen hun ambities voor de komende jaren.
“We willen een cultuur creëren in de hele samenleving, waarin dagelijks bewegen vanzelfsprekend is.” Erik Lenselink, directeur van de Beweegalliantie, ziet de missie van de Beweegalliantie als een langetermijnproject. Dit gaat veel verder dan losse interventies en vraagt om een strategische aanpak. Voorzitter Carl Verheijen spreekt van een “economie van ongezondheid” die Nederland in zijn greep houdt en die de Beweegalliantie graag helpt omvormen. In dit artikel reflecteren ze op afgelopen jaar en kijken ze vooruit naar de komende jaren.
We hebben een zorgstelsel dat is ingericht om ziekte te behandelen, maar preventie heeft geen stevige basis, er is geen verdienmodel voor. Ongezonde keuzes zijn helaas te aantrekkelijk: vet eten, drinken, roken... “Ons systeem is ontworpen om de gevolgen daarvan op te ruimen, niet om ze te voorkomen. Pas als je ziek wordt, realiseer je je hoe belangrijk bewegen en een gezonde leefstijl zijn”, zegt Verheijen. Zijn ervaring als voormalig topsporter maakt hem een overtuigend pleitbezorger van de waarde van bewegen, maar het systeem waarin de Beweegalliantie opereert, is complex en weerbarstig. Lenselink:
“De boodschap die we uitdragen is helder, maar de beweging is een olievlek die langzaam groeit. Om blijvende impact te hebben, moeten we er als samenleving in blijven investeren. Want echt veranderen heeft tijd nodig.”
Dit sluit aan bij een van de belangrijke conclusies uit het vorig jaar verschenen essay van het Mulier Instituut ‘Over (meer) bewegen’. Zij stellen: ‘Erken dat binnen het huidige systeem de investeringen hoog en blijvend moeten zijn.’
Duurzaam verbinden
Verheijen: “Wij zijn geen uitvoeringsorganisatie, maar een verbinder. We brengen partijen samen, helpen obstakels te identificeren en zorgen ervoor dat die worden weggenomen. Het eigenaarschap ligt bij de betrokken organisaties zelf. Dat maakt het duurzamer.” Lenselink vult aan: “We brengen succesvolle initiatieven naar nieuwe contexten en zorgen ervoor dat aangesloten partners van elkaar leren.” Neem bijvoorbeeld het Beweeghuis in Maastricht, waar ze ziekenhuispatiënten vanuit een Leefstijlloket begeleiden naar meer bewegen. Dat lukt hen in 98% van de gevallen en toont aan hoe effectief een relatief eenvoudige aanpak kan zijn. “Hoe mooi zou het zijn als alle ziekenhuizen in Nederland zo’n loket hadden!”
Een ander groot succes is het concept van groepsconsulten door huisartsen, waar bijvoorbeeld diabetespatiënten in groepen samen wandelen en tegelijkertijd advies krijgen van hun arts. Op die manier kan een huisarts 2,5 uur besteden aan uitleg en begeleiding, in plaats van de 10 minuten die er normaal gesproken staat voor een individueel consult. En er ontstaat een nieuw sociaal netwerk waarin iedereen elkaar helpt. “Deze aanpak transformeert niet alleen de manier waarop zorgverleners met patiënten omgaan, maar is ook nog eens goedkoper en effectiever”, zegt Lenselink. De Beweegalliantie verzamelt, verbindt en ondersteunt tientallen van zulke succesvolle initiatieven.
Samenwerking met vakbonden en werkgevers
Een mooi succes afgelopen jaar is de samenwerking met vakbonden en werkgevers. Hoewel thema’s als loonsverhoging en vervroegd uittreden vaak prioriteit krijgen in het debat tussen deze groepen, heeft de Beweegalliantie meer bewegen tijdens een werkdag beter op de agenda weten te zetten. “Beide partijen vinden meer bewegen belangrijk, maar weten niet zo goed hoe ze dit concreet moeten stimuleren vanuit hun koepelrol”, legt Lenselink uit. Door onze neutrale positie kunnen we als brug fungeren en samen tot goede resultaten komen. Lenselink: “Niemand is tegen meer bewegen. Wij stimuleren hen om dat in hun eigen taal en binnen hun eigen processen te realiseren.” Het is namelijk vooral effectief als je redeneert vanuit het belang van de organisaties zelf en aansluit bij hun eigen doelen en core business. “Dan kun je ervoor zorgen dat ze anders gaan denken, dat de cultuur verandert en uiteindelijk het systeem als geheel.”
In het domein ‘werk’ is financiering geen struikelblok. Veel werkgevers hebben de middelen, maar werkgevers moeten wel bereid zijn om echt prioriteit te geven aan meer bewegen tijdens een werkdag. Hierbij ziet de Beweegalliantie zichzelf als vliegwiel: “Wij helpen werkgevers inzien dat meer bewegen niet alleen goed is voor hun medewerkers, maar ook voor de organisatie als geheel. Denk aan lagere ziektekosten, hogere productiviteit en een betere sfeer op de werkvloer.”
Focus op kwetsbare groepen: een gezamenlijke opdracht
De Beweegalliantie richt zich ook expliciet op kwetsbaardere groepen, zoals mensen met een lage sociaaleconomische status, ouderen en jongeren. Via samenwerking met het Nationaal Programma Leefbaarheid en Veiligheid (NPLV) is de Beweegalliantie nu bijvoorbeeld actief in de 20 meest kwetsbare wijken van Nederland, waar 1,3 miljoen mensen wonen. Lenselink noemt dit een belangrijk succes: “In deze wijken stimuleren we samenwerking met onder andere scholen, werkgevers en huisartsen om dagelijks voldoende bewegen voor iedereen normaal te maken.”
Volgens Lenselink is een vitale samenleving een gezamenlijke opdracht. Instituten moeten verder kijken dan hun eigen verantwoordelijkheid. Scholen, werkgevers, beleidsmakers en zorgverleners hebben allemaal een rol in de dagelijkse levens van mensen.
“Samen kunnen ze het verschil maken in hoeveel bewoners van een wijk bewegen.”
De Beweegalliantie sluit zich ook op dit onderwerp volledig aan bij de oproep van het Mulier Instituut: ‘Verdiep de kennis over ongelijkheid in bewegen door ervaringskennis een stevigere plek te geven. En door de invloed van (economische) machtsverschillen op bewegen en gezondheid beter te begrijpen.’
De Beweegalliantie en politiek draagvlak
Een van de grootste obstakels waar de Beweegalliantie tegenaan loopt, is dat de verantwoordelijkheid voor gezondheid niet breed gedragen wordt. Verheijen: “Beleid lijkt vaak op eilandjes te worden gemaakt. Ministeries zoals VWS begrijpen het verband tussen bewegen, preventie en lagere zorgkosten, maar andere ministeries voelen deze verantwoordelijkheid minder."
"Als we echt impact willen maken, moeten we gezondheid integraal aanpakken, over domeinen en ministeries heen.”
Het is aan de Beweegalliantie om de eigen relevantie te blijven aantonen in een politieke omgeving die vooral eigen verantwoordelijkheid en bezuinigingen predikt. Volgens Lenselink botst de politieke focus op de korte termijn vaak met de langetermijnaanpak van de Beweegalliantie. “Meer bewegen verlaagt zorgkosten en versterkt de samenleving, maar dat zie je niet binnen één beleidscyclus. Dit vraagt om commitment over meerdere jaren.” Beiden zien dat ‘bewegen’ steeds vaker terugkomt in beleidsdocumenten en overal onderwerp van gesprek is. Hopelijk zet deze positieve trend door en komen we steeds dichter bij een vitale samenleving waarin bewegen vanzelfsprekend is.
Krachten bundelen
De Beweegalliantie zoekt actief de samenwerking op met andere organisaties en bewegingen. Denk aan initiatieven rondom burgerparticipatie, duurzaamheid en actieve mobiliteit. Maar ook scholen, ziekenhuizen, architecten en stedenbouwkundigen moeten beseffen dat zij een cruciale rol spelen in het creëren van een cultuur waarin bewegen vanzelfsprekend is. “Kleine aanpassingen in de leefomgeving, zoals het centraal plaatsen van trappen in plaats van liften, of het stimuleren van lunchwandelingen, kunnen al een enorm verschil maken”, volgens Verheijen.
Lenselink kan zich ook best voorstellen dat de Beweegalliantie nog veel intensiever dan nu samen optrekt met bijvoorbeeld Alles is Gezondheid. “We hebben immers allemaal dezelfde ambitie: een gezondere, vitalere samenleving.”
Onzekere toekomst, hoopvol voorwaarts
Ondanks alle uitdagingen blijft Lenselink positief: “Meer bewegen is hartstikke eenvoudig. Iedereen kan het elke dag doen. Het is gratis, je voelt je beter en uiteindelijk wordt iedereen blij als ze het gedaan hebben. De Beweegalliantie is er om ervoor te zorgen dat bewegen niet alleen een persoonlijke keuze is, maar een structurele pijler van onze samenleving. Daar maken we ons elke dag hard voor.”
Met meer dan 400 alliantiepartners heeft de Beweegalliantie in korte tijd een solide netwerk opgebouwd. Toch blijft er werk aan de winkel, want de toekomst van de beweging is onzeker na 2025. Met een groeiende olievlek van positieve verandering en een steeds groter wordend netwerk van partners die beweging in hun kernwaarden verankeren, hoopt Lenselink de impact van de beweging de komende jaren nog verder te vergroten.
Verheijen is hoopvol: “Bewegen heeft een veel grotere plek gekregen in het publieke debat. Dat is al winst. We hebben laten zien dat de strategie van verbinden, aanjagen en faciliteren werkt. Meer bewegen is geen luxe, het is een noodzaak. Als samenleving moeten we ervoor zorgen dat iedereen de kans krijgt om actief te zijn, of het nu gaat om wandelen, fietsen of tuinieren."
"Bewegen is de goedkoopste en meest effectieve vorm van preventie.”
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Maak kennis met de kopman van het Beweegpeloton: Gerben van Duin