Hoogleraar Deborah Nas over technologie en bewegen: ‘Wat maken wíj ervan?’
Deborah Nas, innovatie-expert en hoogleraar Strategisch Ontwerpen voor Technologiegedreven Innovatie aan de TU Delft: “Technologie is niet goed of slecht.”
Aan het eind van het Beweegalliantie-event ‘Technologie en bewegen’ prikkelt Deborah Nas, innovatie-expert en hoogleraar Strategisch Ontwerpen voor Technologiegedreven Innovatie aan de TU Delft, het publiek met haar keynote over technologie, gedrag en de menselijke maat. Haar verhaal is hoopgevend: “Technologie is niet goed of slecht”, stelt Nas, “de vraag is: wat maken wij ervan?”
Minder bewegen door technologie?
Nas erkent dat we door technologie tot nu toe vooral minder zijn gaan bewegen. Technologie heeft ons verleid met gemak en comfort, met als gevolg bijvoorbeeld flink meer schermtijd én zitvlees.
Ze schetst hoe nieuwe technologie ons gedrag fundamenteel beïnvloedt en weerstand oproept, al vanaf de uitvinding van het schrift tot aan kunstmatige intelligentie nu. Het schrift werd ooit gezien als schadelijk voor het geheugen en de boekdrukkunst zou leiden tot oppervlakkige kennis. De krant zou mensen in een sociaal isolement brengen en de televisiegeneratie zou nooit goed leren lezen en schrijven.
Met de blik van nu kunnen we die zorgen relativeren: technologie heeft ons misschien afhankelijker gemaakt van systemen en grote techbedrijven, maar niet per se dommer of minder sociaal. En dat inzicht is precies de reden waarom Nas oproept tot een andere houding ten aanzien van technologie.
“Technologie is overal om ons heen, kunnen we er maar beter ons voordeel mee doen.”

Digitale coach en bondgenoot
Volgens Nas kan technologie ons coachen, motiveren of kleine duwtjes in de goede richting geven om gezonder te leven. Stel: je werkt laat, slaat steeds vaker de sportschool over, maakt meer fouten. En dan zegt je AI-assistent: ‘Gaat het wel goed met je? Zin in een minuut ontspanning?’ Hij kan je ook aanmoedigen om naar de sportschool te gaan of een rondje te gaan wandelen. Die hulp is vriendelijk, laagdrempelig en sluit aan bij iets wat je eigenlijk zelf al wilde – meer balans, gezonder leven, vaker bewegen.
Ze benadrukt hoe krachtig het is dat technologie tegenwoordig zo dicht op ons leven zit. Denk aan apps of AI-companions die weten wanneer je actief bent geweest, wanneer je lang stilzit of wanneer je normaal gesproken zou gaan sporten. Daarnaast wijst ze op het psychologische effect van ‘digitale metgezellen’ die je aanmoedigen, je gedrag spiegelen of gewoon vragen: ‘hoe gaat het eigenlijk met je?’ Niet met een belerend vingertje, maar op een prettige manier die aansluit bij jouw persoonlijke doelen. Zo kan technologie meer worden dan alleen een hulpmiddel –een persoonlijke coach, een bondgenoot in je dagelijkse keuzes om meer te bewegen.
Nieuwe manieren van bewegen
Volgens Nas hebben we de neiging om technologie vooral negatief te framen, zeker als het over bewegen gaat. “We overwaarderen wat we kennen en onderwaarderen wat nieuw is.” Dat geldt bijvoorbeeld voor hoe we naar spelende kinderen kijken: “Een kind dat buiten voetbalt, heeft passie. Eentje die thuis FIFA speelt, noemen we verslaafd.” Terwijl games en hun ongekende populariteit niet per se nadelig hoeven te zijn voor bewegen.
Nas illustreert dat met een gedachte-experiment van auteur Steven Johnson (uit: ‘Everything Bad is Good for You’, 2005): stel je voor dat boeken pas ná videogames waren uitgevonden. We zouden boeken waarschijnlijk afdoen als slecht voor je brein, want in een game leer je verkennen en creatief zijn, leiderschap tonen en samenwerken. In een boek volg je alleen maar een plot dat iemand anders voor je bedacht heeft.
“Als moeder wil ik dat mijn zoon buiten gaat spelen, zoals ikzelf vroeger deed. Maar als innovatiedeskundige zie ik zijn talent en het nut van games in bredere zin.”
Nas pleit voor meer nuance: “We zijn geneigd om te kiezen wat we begrijpen en waarderen vanuit ons verleden. Als technologie mensen van jong tot oud op een slimme manier weet te prikkelen om te bewegen, dan moeten we niet onze normen daarop projecteren, maar vooral kijken naar wat werkt.”
.jpg)
Regie en menselijke maat
Technologie kan bewegen een nieuwe dimensie geven, stelt Nas. “Maar het is nog zoeken aan welke knoppen we precies moeten draaien voordat we iets massaal omarmen.” En daarin zit volgens haar de uitnodiging: om nú het gesprek te voeren, om te experimenteren, samen te werken en om technologie zó vorm te geven dat het aansluit bij echte mensen, met echte levens. Want pas als we technologie weten te koppelen aan menselijkheid, vertrouwen en herkenning, dan kan het écht iets losmaken en mensen in beweging brengen.
Tijdens het afsluitende gesprek met Erik Lenselink, directeur van de Beweegalliantie, benadrukt Nas het belang van publieke regie op technologie. Ze pleit ervoor dat overheden nu al actief sturen, zodat innovatie bijdraagt aan maatschappelijke doelen zoals gezondheid, inclusiviteit en brede welvaart.
“De meeste wetenschappers willen graag sterke overheidssturing, omdat het meer stuurt op brede welvaartsdoelen.”
Daarvoor is visie én langetermijnbeleid nodig. Volgens Nas liggen er kansen om technologie bewust te richten op het algemeen belang, mits overheden de regie durven te pakken, samen met burgers, kennisinstellingen en bedrijven. Juist nu, in deze opwindende fase van digitale versnelling, is het moment daar om samen de juiste koers te bepalen.
Voor jou geselecteerd:
Lees verder Monitoring en evaluatie: wat levert jouw werk eigenlijk op?
Lees verder Hoe krijgt bewegen een vaste plek in een brede wijkaanpak?